Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Coen (1618—1623) was vervangen. Deze bestreed de En-
gelschen en de Bantammers en veroverde Jakatra, op welks
puinhoopen de stad Batavia verrees (1619). Door de ver-
overing dier stad werd het gansche gebied tusschen Bantam en
Cheribon als veroverd beschouwd. Nu werden belastingen,
vooral tollen, geheven en bepaald, dat de rechtspleging
volgens Hollandsche wetten zou plaats hebben.
Batavia 'werd weldra eene belangrijke koopstad, waar zich
veel inlanders en Chineezen vestigden. Er werd een college
van schepenen benoemd, waarin ook een Chinees zitting
had. Coen had liever gezien, dat de stad door Nederlan-
ders bevolkt was geworden, die er zich dan als handelaars
of landbouwers hadden kunnen vestigen, doch de bewind-
hebbers der Compagnie zagen op tegen de kosten om kolo-
nisten over te zenden.
22. Coen begaf zich vervolgens met eene vloot naar de
Banda-eilanden, waar de bevolking, door de Engelschen op-
gestookt, de tractaten niet wilde nakomen. Een groot deel
der bewoners, die op zijne nadering niet naar de naburige
eilanden waren gevlucht, werden gegrepen en naar Java ge-
voerd en hunne plaats door ontslagen dienaren der Com-
pagnie en andere Europeanen ingenomen. Dezen ontvingen
gronden in gebruik , die met slaven, hun door de regeering
geleverd, werden bewerkt en daarvoor moesten zij de foelie
en muskaatnoten tegen vaste prijzen aan de Compagnie
verkoopen; die gronden werden perken, de gebruikers per-
keniers genoemd.
23. Het werk door Coen tot stand gebracht, werd be-
vestigd en aangevuld door De Carpentier (1623—1627), die
de belastingen, de rechtspleging, den eeredienst en het on-
derwijs regelde. Uit zijn tijd dagteekent ook de instelling
der Weeskamer te Batavia.
Tegenover de Engelschen nam De Carpentier eene zeer
krachtige houding aan. Eenigen hunner werden op Amboina
volgens de Hollandsche rechtspleging als samenzweerders ter