Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
gunstig voorteeken. De priesters leven ongehuwd en ar-
moedig en zijn volstrekt niet in aanzien.
Voor de kinderen zijn er scholen, zoodat nagenoeg alle
Chineezen kunnen lezen en schrijven.
18. Gedurende de eerste tijden, dat de Europeanen den
O. I. Archipel bezochten, leverden Java en Sumatra peper
en rijst; de Molukken kruidnagelen, foelie en muskaat-
noten. Tot de Molukken rekende men toenmaals alleen
Djilolo en omliggende eilanden. De voornaamste vorsten
waren die van Ternate, Tidor en Batjan, waarvan de eerste
allengs de machtigste werd, en zijn gezag uitbreidde door
allen, die den Islam beleden, als zijne onderdanen te be-
handelen.
Onmiddellijk nadat D'Albuquerque Malakka veroverd had,
zond hij schepen naar de Molukken en gelukte het den Por-
tugeezen, door de Spanjaarden, met wie zij sedert 1580
onder een zelfden vorst stonden, geholpen, zich op Tidor
en Ternate te vestigen.
iii. de nederlanders bestrijden de p0rtugee2en en de
engelschen en maken zich meester van den alleenhandel.
19. De grond voor onzen handel op O. I. is in 1598 ge-
legd door Van Neck, Waerwijck en Van Heemskerk, die
handelsbetrekkingen aanknoopten op Ternate, Amboina, de
Banda-eilanden en te Bantam. De sultan van Atjeh, dia
ons aanvankelijk op aanstoken der Portugeezen onvriendelijk
bad bejegend, geraakte met dezen in onmin, en, daar hij
het voordeel van den handel met de vreemdelingeu wenschte
te behouden, liet hij ons in 1600 als kooplieden in zijn ge-
bied toe, terwijl hij bovendien twee afgezanten naar Prins
Maurits zond.
Van nu af streefden de Nederlanders voortdurend naar
den alleenhandel in den O. I. Archipel; maar om dien te
verkrijgen moesten zij nog jaren lang de Portugeezen en