Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
Bij de derde soort van huwelijk, dat het Nederlandsch
bestuur zooveel mogelijk tracht te bevorderen, hebben man
en vrouw gelijke rechten op de kinderen en goederen.
12. Een gedeelte van het Noorden van Sumatra wordt
bewoond door de Bataks. In den tijd, dat het Hin-
doeïsme tot hen doordrong, vormden zij een staat, waarvan
nog een overblijfsel wordt gevonden in het rijkje Bakara
aan het meer Toba. De Bataks bewijzen den vorst van Ba-
kara eene soort goddelijke eer, door zijn zegen voor den
oogst af te bidden, maar overigens laten zij zich weinig aan
hem gelegen liggen. Het menscheneten heeft tot op heden
onder de Bataks geen einde genomen.
Het machtigste rijk van Sumatra was, toen de Portugee-
zen voor 't eerst op dat eiland kwamen, Atjeh. De sultan
van dezen staat regeerde wel despotisch, doch werd in zijne
macht beperkt door een rijksraad, bestaande uit de zes pangli-
ma's, die twee en twee aan 't hoofd stonden van ieder der
drie afdeelingen of vereenigingen van dorpen, XXV, XXII en
XXVI moekims, waarin Atjeh verdeeld was. Ook in andere
staten, waar een despoot aan 't hoofd staat, heeft eene der-
gelijke beperking van zijn gezag plaats, doch deze heeft zel-
den of nooit gestrekt ten voordeele der lagere volksklasse,
die te allen tijde door vorst en grooten gelijkelijk is onder-
drukt. Ieder van dezen heeft steeds zijn gezag misbruikt,
waar dit straffeloos mogelijk was.
13. Celebes wordt in 't Z. W. bewoond door Makassaren,
die bekend zijn als goede ruiters, lang weelderig haar
hebben en welriekende oliën bereiden. Ten N. van hen wo-
nen de Boegineezen en vervolgens de Mandhareezen, die tot
aan de kusten van Nieuw-Holland varen om tripang (eene
soort zeekwal) te visschen, die zij gedroogd naar China ver-
zenden. De volksklasse in 't besproken gedeelte van Celebes
wordt zeer verdrukt door de vorsten, hunne leenmannen en
hunne achterleenmannen.
De bewoners der Minahassa heeten, evenals die van een