Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
milie behooren, en de echtgenoot wel verplicht is op die zij-
ner eigene te arbeiden, maar niet op die van de familie,
waarvan zijne vrouw lid is: doet hij dit, na zijne verplichte
dagtaak in zijn eigen huis te hebben vervuld, zoo is het
louter welwillendheid. Het hoofd der familie zijner vrouw
is verplicht in het onderhoud van haar en hare kinderen te
voorzien. Sterft de man, dan gaat zijn aandeel in de fami-
liegoederen op zijne neven en nichten over, die bovendien
nog de helft ontvangen van Aepoesaka, de bezittingen, die
hij tijdens het huwelijk zelf had verworven. Van de familie-
goederen erven dus de kinderen alleen het aandeel der moeder.
11. In Benkoelen, de Lampongs en Palembang, hebben drie-
ërlei huwelijken plaats. Meestal komt het voor, dat de man
een meisje van haar vader voor eene aanzienlijke som tot
vrouw koopt. Vrouw en kinderen zijn dan het eigendom van
den man, die zich door het verkoopen zijner dochters weder
schadeloos tracht te stellen voor de som, die hij voor zijne
vrouw heeft betaald. Bij zulk een huwelijk is het lot der
vrouw allerdroevigst. Zij moet voor haar luien, vadzigen
echtgenoot, wiens bezigheden zich bepalen tot het bijwonen
van hanengevechten, het dobbelspel en 'tamfioenschuiven,
het land bewerken, spinnen en weven, den pot koken
(rijst met spinazie, porcelein of andere groenten tot toespijs)
en hem aan tafel, achter hem staande, bedienen. Eerst als
hij verzadigd is, kan de vrouw haar maaltijd gaan gebrui-
ken. 't Is dus niet te verwonderen, dat nergens in den
O. I. Archipel betrekkelijk zooveel ongehuwde vrouwen zijn
als in de genoemde streken. Heeft de man de koopsom voor
zijne vrouw niet voldaan, en komt hij te sterven, dan zijn
zijne kinderen er aansprakelijk voor. Kunnen dezen niet be-
talen , dan worden zij de pandelingen van hun grootvader.
Bij eene ander soort huwelijk heeft het omgekeerde plaats.
De man betaalt geene koopsom voor zijne vrouw, maar
moet bij haar komen inwonen en haar dienen. De kinderen
behooren dan tot hare familie.