Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
eigenaars van den grond beschouwd, en hadden alleen zij
het recht met vreemdelingen handel te drijven. Voor het
vruchtgebruik der akkers moesten de dessa-bewoners hun
vorst een vijfde van de opbrengst afstaan, en één dag van
de week (van vijf dagen) heerendiensten voor hem verrichten.
Toen later de O. I. Compagnie veroveringen had gemaakt,
gedroeg zij zich als overwinnaar, niet van het volk, maar
van de vorsten, wier rechten op den grond en den alleen-
handel zij zich toeeigende. Onder hare opperheerschappij
liet zij het volk onder het bestuur zijner eigene vorsten
(thans regenten geheeten), die hunne rechten op heeren-
diensten en vijfden behielden. Daar de Javanen een Ooster-
schen eerbied hebben voor vorstelijk bloed, en de Compagnie
de macht had een vorst, die haar niet beviel, door een ander
te vervangen, dien de inboorlingen terstond met de oude
slaafsche onderworpenheid dienden, indien hij maar van het
vorstelijk geslacht was; daar bovendien de Compagnie de
invloedrijke priesters in 't genot van tienden liet, is het haar
gelukt zooveel millioenen Javanen met een gering aantal
Europeanen te beheerschen.
De priesters op Java heeten hadji's, personen, die eene
bedevaart naar Mekka moeten hebben gedaan. Die hadji's wor-
den door de bewoners van Java als heilige mannen be-
schouwd, en hun aantal is zeer gro«t Zij leiden een lui
leven, daar zij van heerendiensten zijn vrijgesteld, en hunne
sawa's door de bevolking bewerkt worden. Ook bezitten
zij het bij de Javanen zoo hooggeschatte voorrecht, toewan
(heer) genoemd te worden. Voor elk veertigtal huisgezinnen
moet er volgens de Mohammedaansche wet een mesdjid of mis-
sigit (tempel) zijn, en deze wordt door drie priesters bediend,
waarvan er twee gedurende den tempeldienst (Vrijdags van
12 tot 1 uur) de giften inzamelen, die tot onderhoud van
hen zeiven en het gebouw dienen, terwijl de derde, de
imam, een hoofdstuk uit den Koran voorleest en op zijne