Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
van al de vasalstaten van Java en een gedeelte van Sumatra.
Deze staat bereikte omstreeks het midden der vijftiende eeuw
het toppunt zijner macht onder Angka Widjaja, na wiens
dood de groote worsteling uitbrak tusschen het Hindoeïsme
en het Islamisme, dat rseds sedert de elfde eeuw door Ara-
bieren in den Archipel was gepredikt.
3. Raden (prins van den bloede) Patah, een zoon van
Angka Widjaja's stadhouder van Palembang, nam den Islam
aan en deed daarop eene reis naar Madjapahit. Hier
trad hij in den echt met de dochter van den Mohammedaan-
schen schoonzoon van Angka Widjaja en werd daarop aan-
gesteld tot adipati (regent) van Demak. Nu wist hij de
vurigste ijveraars onder de Moslemen aan zich te verbinden,
zeide Bra Widjaja, den opvolger van Angka Widjaja, de
gehoorzaamheid op, overwon hem in een beslissenden veld-
slag en deed daardoor de leer van den Profeet op Java
zegevieren. Bra Widjaja nam de wijk naar Bali, waar,
evenals onder een vijfduizendtal bewoners van het Tengger-
gebergte in Passaroean en de leden eener kleine gemeente
in Bantam, de leer der Hindoes nog heden onderhouden
wordt.
Patah wierp zich nu op tot soesoehoenan (geestelijk en
wereldlijk opperhoofd) van Demak en bracht een groot ge-
deelte van Java onder zijne heerschappij. Na zijn dood
echter wisten verscheidene vasallen zich onafhankelijk te
maken, en zoo ontstonden de Mohammedaansche staatjes
Jakatra en Cheribon en iets later het rijk van Mataram (in
't Z. O. van Java), dat Demak veroverde en de vorsten van
Kediri en Samarang leenroerig maakte.
Tot op onze dagen hebben de Arabieren in verscheidene
staten het oude vorstengeslacht van den troon weten te
dringen orn er zich zeiven op te plaatsen, zooals in Atjeh,
Palembang, Cheribon en Siak. Elders werden door hen
rijken gesticht, zooals Pontianak, en waar zij of de door
hen bekeerde Maleiers de bovenhand verkregen, verdrukten