Boekgegevens
Titel: Bekeken en beluisterd: een leesboek voor de middelste klasse
Auteur: Kloppers, P.J.
Uitgave: Amsterdam: voorheen Höveker & Wormser, 1897 *
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5357
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200992
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bekeken en beluisterd: een leesboek voor de middelste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
XXIII.
verhieven hunne bladrijke kruinen ten hemel, en ver-
borgen hunne vruchten in het groene loover. Hoe
schoon was de aarde in haar nieuw gewaad! Doch
alles was doodsch en stil. Geen krekel piepte tusschen
het gras, geen vogel fladderde tusschen de takken.
Op den vierden dag stelde God de zon en de maan
tot lichten aan den hemel gedurende den dag en den
nacht. Toen schoot de zon voor het eerst hare pur-
peren stralen door de blauwe lucht. Zij verwarmde het
grassprietje en den trotschen eik en kleurde het kelkje
der rozen donkerrood. En des avonds, toen de zon
onderging, verrees de maan als een zilveren schijf,
en de sterren schenen daarboven als flonkerende licht-
jes, door Gods eigen vinger aangestoken. De woning
was gereed, doch wie zou haar bewonen?
De zon ging op en weder zette God Zyn werk voort.
Hy sprak — daar plaste iets in 't water en maakte
wijde kringen. Duizenden vischjes staken hunne bekjes
boven den waterspiegel uit, om lucht te snappen en
plonsden weder naar beneden. De groote walvisch spoot
zijne waterstralen omhoog en het dartele stekelbaarsje
schoot onder hem voort. Doch hoort! Ook daarboven
is leven! Het vinkje zet zich op de takken van de
linde, de nachtegaal zingt zijn morgenlied op den