Boekgegevens
Titel: Bekeken en beluisterd: een leesboek voor de middelste klasse
Auteur: Kloppers, P.J.
Uitgave: Amsterdam: voorheen Höveker & Wormser, 1897 *
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5357
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200992
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bekeken en beluisterd: een leesboek voor de middelste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
het kleine zeil staat het nommer van de buis. In den
regel zijn er twaalf of dertien man aan boord, en
verder heel veel tonnen, netten, touw en zout. Die
buizen zeilen nu regelrecht door de menigte haring,
nadat men het net in zee geworpen heeft. Aan den
rand van het net zijn tonnen, die het drijvende hou-
den. Als er nu een goede voorraad haring in het net
is, trekken de visschers het op en ledigen het in de
buis. Dan neemt één der bemanning een mes en snijdt
de haring kieuwen en ingewanden uit, anders zou
ze spoedig bederven. Dat werk noemt men haring-
kaken."
„O Ja," zei slimme Piet, „dat heeft Willem van Heu-
kelom te Biervliet uitgevonden en later heeft keizer
Karei V te zijner eer een haring op zijn graf gegeten,
hè, moef'
„Willem van Heukelom niet, Piet! Willem Beukels-
zoon. Als de haring gekaakt is, wordt ze in de ton-
netjes gelegd en de zouter bedekt elke laag met zout.
Als het tonnetje vol is, maakt de kuiper het dicht.
Zijn er heel wat tonnetjes gevuld, dan brengt men
ze naar het land en dan krygt de koningin de eerste
nieuwe haring. Wij mogen den Heere wel recht dank-
baar zijn, dat Hij ons in de haring zulk eene heer-