Boekgegevens
Titel: Bekeken en beluisterd: een leesboek voor de middelste klasse
Auteur: Kloppers, P.J.
Uitgave: Amsterdam: voorheen Höveker & Wormser, 1897 *
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5357
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200992
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bekeken en beluisterd: een leesboek voor de middelste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
„Krijgt Mietje nu ook jonge kanarievogels?"
„Ja, als ze een wyfje of popje bij haar mannetje in
de kooi zet. Dan legt het wijQe soms driemaal in het
jaar drie, vier of vijf eitjes."
^,Legt het vogeltje die in den bak onder in de kooi
„Neen, Frits, daartoe moet Mietje een mandje aan de
tralies hangen en hun wat pluksel, veertjes, stukjes
linnen en allerlei zachte dingen geven. Het mannetje
draagt die naar het popje en dit legt ze heel netjes
in het mandje. Als het nestje zacht, warm en netjes
is, legt het wijfje eiken dag een ei en gaat er op zitten,
zoodat de eitjes heel warm worden. Dat noemt men
broeden. Na veertien dagen komen dan de jonge
vogeltjes uit den dop. De oude zorgen heel goed
voor hen."
„Ik heb eens een kanarie gezien, die exerceeren
kon, pa!"
„Dat zou ik niet willen zien, Frits. Daartoe heeft
God dit beestje niet geschapen. Hij geeft het ons,
opdat het ons met zijn gezang vervroolijke. Een vogel,
die exerceert, vind ik even dwaas als een soldaat, die
in eene kooi zit te zingen. Het beestje zal zeker met
groote moeite dat kunstje geleerd hebben. Ik denk,
dat men het hiervoor geplaagd en gemarteld heeft.