Boekgegevens
Titel: Bekeken en beluisterd: een leesboek voor de middelste klasse
Auteur: Kloppers, P.J.
Uitgave: Amsterdam: voorheen Höveker & Wormser, 1897 *
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5357
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200992
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bekeken en beluisterd: een leesboek voor de middelste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
en zoo al meer.' Ik heb geen gespleten hoef, zooals de
koe, maar, — kyk, als ik mijn poot oplicht, kunt gg
't zien — een hoornachtigen schoen, in den vorm van
eene halve maan. Verder slaan de menschen mij nog
een hoe^zer onder dién hoef, als ze mij gebruiken. Mijn
vader heet hengst, mijne moeder merrie en ik, als ik
nog jong ben, draag den naam van veulen. Indien gij,
menschen, goed voor my zyt, wil ik allen arbeid voor
u verrichten en, als ge u de moeite geven wilt, my te
leeren, zult ge zien, dat het mij niet aan gewilligheid
en aanleg ontbreekt. Als ik dood ben, geeft myn huid
u leder en mijn haar is goed om kussens op te vullen
en zittingen te vlechten.
Ha, daar komt de boer aan! Die wil my zeker naar
huis halen. Heeft hij iemand by zich? Ja, waarlijk,
een heer! Och, arme!"
„Nu, laat uwe ooren maar niet zoo moedeloos zak-
ken, bruintje! Hij zal u niet verkoopen!"
„Ik zou het ook niet gaarne willen. Ik houd veel
van den boer, van de vrouw en de kinderen. Doch
kom, ik krijg trek om nog even door de weide te
hollen. Eén ding wilde ik u nog zeggen. Ik luister
naar den toom. Laat het niet noodig zijn, dat men
u zoo leert, welken weg gij gaan moet. Ik verdien