Boekgegevens
Titel: Christelijke lesjes: eerste aanleiding tot godsdienst-onderwijs
Auteur: Beets, Nicolaas
Uitgave: Utrecht: Kemink & zoon, eind 19e eeuw *
6e dr; 1e uitg.: 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200984
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Geloofsleer, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Christelijke lesjes: eerste aanleiding tot godsdienst-onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
ZEVEN-EN-DERTIGSTE LESJE.
Het negende gebod.
Gij zult geen valsch getuigenis spreken tegen uwen
naaste.
De duivel — is een leugenaar en de vader der
leugen. Joh. VHI: 44.
Allen den leugenaars, hun deel is in den poel die
daar brandt van vuur en sulfer; 'twelk is de tweede
dood. Openbaring XXI: 8.
Wie zal verkeeren, groote God,
In uwe tent? Wien zult Gij kronen
Met zulk een onwaardeerbaar lot.
Dat hij, bij 't heuglijkst gunstgenot,
Uw heilig Sion moog bewonen?
Die in zijn wandel zich oprecht
En warsch betoont van valsche streken;
Zijn aandacht aan uw wetten hecht,
Zich op de deugd met ijver legt.
En waarheid met zijn hart blijft spreken.
Die met zijn tong niet achterklapt;
Geen kwaad doet aan zijn metgeze len;
Niet in het spoor van laster stapt,
Maar zoo men iemands eer vertrapt,
Dien smaad wil hooren noch vertellen. Psalm XV : 1, 2, 3.
Legt af de leugen en spreekt de waarheid een iege-
lijk met zijn naaste: want wij zijn elkanders leden.
Efezen IV: 25.