Boekgegevens
Titel: Christelijke lesjes: eerste aanleiding tot godsdienst-onderwijs
Auteur: Beets, Nicolaas
Uitgave: Utrecht: Kemink & zoon, eind 19e eeuw *
6e dr; 1e uitg.: 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200984
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Geloofsleer, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Christelijke lesjes: eerste aanleiding tot godsdienst-onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
VIJF-EN-DERTIGSTE LESJE.
Het zevende gebod.
Gij zult niet echtbreken.
Gij hebt gehoord dat van de ouden gezegd is: gij
zult geen overspel doen.
Maar Ik zeg u, dat zoo wie eene vrouw aanziet om
dezelve te begeeren, die heeft aireede overspel in zijn
hart met haar gedaan. Matth. V : 27, 28.
Weet gij niet dat gij Gods tempel zijt, en de Geest
Gods in ulieden woont?
Zoo iemand den tempel Gods schendt, dien zal God
schenden. Want de tempel Gods is heilig, welke gij
zijt. 1 Corinthen III: 16, 17.
Geen vuile rede ga uit uwen mond. Efez. IV : 29.
Zalig zijn de reinen van harte: want zij zullen God
zien. Mattheus V : 8.
Waarmode zal de jongeling zijn pad,
Door ij delheen omsingeld, rein bewaren?
Gewis, als hij dat houdt naar 't heilig blad.
U zoekt mjjn hart; mijn oog blijft op U staren;
Laat mij van 't spoor, in uw geboón vervat.
Niet dwalen, Heer! laat mij niet hulploos varen.
Ps. CXIX: 5.