Boekgegevens
Titel: Christelijke lesjes: eerste aanleiding tot godsdienst-onderwijs
Auteur: Beets, Nicolaas
Uitgave: Utrecht: Kemink & zoon, eind 19e eeuw *
6e dr; 1e uitg.: 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200984
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Geloofsleer, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Christelijke lesjes: eerste aanleiding tot godsdienst-onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
Laat u mijn tong en mond,
En 's harten diepste grond
Toch welbehaaghjk wezen,
O Heer die mij verblijdt.
Mijn Rots en Losser zijt.
Dan heb ik niets te vreezen. Psalm XIX: 7.
Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid,
en met den mond belijdt men ter zaligheid. Komeinen X: 10.
TWEE-EN-DERTIGSTE LESJE.
Het vierde gebod.
Gedenkt den Sabbatdag, dat gij dien heiligt.
Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.
Maar de zevende dag is de Sabbat des Heeren, uws Gods;
dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw
dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd,
Boch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uwe poorten is.
Want in zes dagen heeft de Heere den hemel en de
aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is, en Hij
rustte ten zevenden dage.
Daarom zegende de Heere den Sabbatdag en heiligde
denzelven.
Hoe lieflijk, hoe vol heilgenot,
O Heer, der legerscharen God,
Zijn mij uw huis en tempelzangen,
Hoe branden mijn genegenheen.
Om 's Heeren voorhof in te treên;
Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen;
Mijn hart roept uit tot God die leeft.
En aan mijn ziel het leven geeft. Psalm LXXXIV: 1.
En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten,
gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander
vermanen. Hebreën X : 25.