Boekgegevens
Titel: Christelijke lesjes: eerste aanleiding tot godsdienst-onderwijs
Auteur: Beets, Nicolaas
Uitgave: Utrecht: Kemink & zoon, eind 19e eeuw *
6e dr; 1e uitg.: 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200984
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Geloofsleer, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Christelijke lesjes: eerste aanleiding tot godsdienst-onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uwen
naaste liefhebben als uzelven.
Aan deze twee geboden hangt de gansche Wet en
de Profeten. Mattheus XXII: 37, 38, 39.
God slaat een gram gezicht
Op hoozen, die Hem tegenstaan,
Hij doet hun naam met hen vergaan
Door 't hoogste strafgericht.
Maar Hij ziet gunstig neêr
Op hem, die naar zijn wetten leeft.
God is het die hem uitkomst geeft.
Zijn grooten naam ter eer. Psalm XXXIV; 8.
NEGEN-EN-TWINTIGSTE LESJE.
Het eerste gebod.
Gij zult geene andere goden voor mijn aangezicht
hebben.
Al de afgoón zijn slechts ij delheden;
Maar God, die door ons wordt beleden,
Is 't die de heemlen heeft gesticht,
En voor zijn godlijk aangezicht,
Zet eer met majesteit haar treden. Psalm XCVI: 3.
Niemand kan twee beeren dienen; want of hij zal den
eenen haten, en den anderen liefhebben; of hij zal den
eenen aanhangen, en den anderen verachten. Gij kunt
niet Gode dienen en den Mammon. Mattheus VI : 24.