Boekgegevens
Titel: Christelijke lesjes: eerste aanleiding tot godsdienst-onderwijs
Auteur: Beets, Nicolaas
Uitgave: Utrecht: Kemink & zoon, eind 19e eeuw *
6e dr; 1e uitg.: 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200984
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Geloofsleer, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Christelijke lesjes: eerste aanleiding tot godsdienst-onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
TWEE-EN-TWINTIGSTE LESJE.
10. Ik geloof, de vergeving der zonden.
God was in Christus de wereld met zich zeiven ver-
zoenende, hunne zonden hun niet toerekenende.
Want dien, die geen zonde gekend heeft, heeft God
zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden
rechtvaardigheid Gods in hem. 2 Cor. V: 19, 21.
Een stroom van ongerechtigheden
Had de overhand op mij,
Maar ons weerspannig overtreden
Verzoent en zuivert Gij.
Welzalig dien Gij hebt verkoren,
Dien Ge uit al 't aardsch gedruisch
Doet naad'ren en uw heilstem hooren.
Ja wonen in uw huis. Psalm LXV : 2.
ZES-EN-TWINTIGSÏE LESJE.
11. Ik geloof de Opstanding des vleesches.
Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen,
en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.
Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het
wordt opgewekt in onverderfelijkheid.
Het wordt gezaaid in oneer; het wordt opgewekt in
heerlijkheid. Het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt
opgewekt in kracht.
Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk
lichaam wordt er opgewekt. 1 Corinthen XV : 42, 43, 44.