Boekgegevens
Titel: Christelijke lesjes: eerste aanleiding tot godsdienst-onderwijs
Auteur: Beets, Nicolaas
Uitgave: Utrecht: Kemink & zoon, eind 19e eeuw *
6e dr; 1e uitg.: 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200984
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Geloofsleer, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Christelijke lesjes: eerste aanleiding tot godsdienst-onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
TWEE-EN-TWINTIGSTE LESJE.
7. Ik geloof in Jezus Christus, — die wederkomen
zal om te oordeelen de levenden en de dooden.
Jezus Christus zal wederkomen. Paulus spreekt van:
de openbaring des Heeren Jezus van den hemel met de
engelen zijner kracht, met vlammend vuur wraak doende
over degenen die God niet kennen, en over degenen
die het Evangelie onzes Heeren Jezus Christus niet ge-
hoorzaam zijn. 2 Thessalonicensen 1:7, 8.
Jezus Christus zal wederkomen om te oordeelen de
levenden en de dooden.
Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den
rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage
't geen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan
heeft, het zij goed, het zij kwaad. 2 Corinthen V: 10.
't Juiche al voor 't aangezicht des Heeren,
Hij komt, die de aarde zal regeeren
En richten vol van majesteit;
De wereld zal gerechtigheid.
Het menschdom zijne waarheid eeren. Psalm XC\'I:9.
ÜRIE-EN-TWINTIGSTE LESJE.
8. Ik geloof in den Heiligen Geest.
Och schonkt Gij mij de hulp van uwen Geest!
Mocht die mij op mijn paan ten leidsman strekken!
'k Hield dan uw Wet, dan leefde ik onbevreesd,
Dan zou geen schaamt mijn aangezicht bedekken.
Wanneer ik steeds opmerkzaam waar geweest,
Hoe uw geboón mij tot uw liefde wekken. Psalm CXIX: 3.
Indien gij die boos zijt, weet uwen kinderen goede
gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelsche Vader
den HeiHgen Geest geven dengenen, die Hem bidden?
Lucas. XI : 13.