Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Auteur: Kleijn, A.A.; Schutte, G.
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5316
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200982
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AUSTRALIË.
(Bijna 9 millioen K.M-. oppervlakte en (i millioen
inwoners).
85. Ligging en verdeeling. A u s t r a 1 i ë is het kleinste
werelddeel en bevat slechts ruim één millioen inwoners meer
dan ons land. Het werd in het begin der zeventiende eeuw
door de Hollanders ontdekt, (in 1006 door "Willem Jansens)
die meenden een gedeelte van het „Onbekende Zuydtlandt"
of „terra australis" gevonden te hebben. Van daar den
naam Australië.
Het bestaat uit een groot vastland Nieuw-Hol-
land en een ontelbaar aantal eilanden en eilandjes, die
alle in de Stille Zuidzee, tusschen de keerkringen ge-
legen zijn. De kust is zeer weinig ontwikkeld en heeft niet
vele inhammen. De voornaamste zijn: de G o 1 f v a n C a r-
pentaria, in het Noorden en de Australische Bocht,
in het Zuiden. De noordelijkste punt van het vasteland
is kaap York; kaap Leeuwin, de Zuidwesteljjkste
en kaap Wilson de Zuidoostelijkste punt.
NieuW-Holland wordt in twee deelen verdeeld:
a. een bergland in het Oosten,
b. een woest steppenland in het midden en Westen.
§ 80. Grondsgesteldheid en Voortbrengselen. Het
steppenland is een di-oge, zandige, omTUchtbare vlakte, slechts
weinig hooger dan de zeespiegel. De bodem bevat veel
zout, zoodat men er in den regentijd groote, ondiepe zout-
meren aantreft.
In het Oosten verheft zich de kust steil uit den Oceaan en
bevat het land een reeks van hoogvlakten, die door diepe dalen
gescheiden worden, en naar het binnenland zacht glooiend