Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Auteur: Kleijn, A.A.; Schutte, G.
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5316
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200982
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
ten: de golf van Guinea met de kleinere golf van B i a f r a;
de Tafelbaai. In het Oosten: de De 1 agao-baai, het
kanaal van Mozambique, de golf van Aden, de straat
vanBab-e 1-Mandeb, de Roode Zee met de golf van
Suez (Schelfzee).
Het kanaal van Suez verbindt de Middellandsche
Zee met de golf van Suez. In 1869 kwam het na tien-
jarigen arbeid onder de Lesseps gereed. Het is ruim '20
uur lang, 8 meter diep en van 60 tot 100 meter breed.
Meer dan 4000 stoomschepen makener jaarlijks gebruik van.
Kapen. De uiterste punten van Afrika zijn: kaap Bon
in 't Noorden, kaap V e r d in 't westen, de N a a 1 d e n k a a p
in 't Zuiden, kaap G a r d e f u i in 't Westen. Dicht bij de
Naaldenkaap heeft mende Kaap de Goede Hoop,
in 1486 door Diaz ontdekt.
§ 70. Gesteldheid van den bodem. In 't Noord-
westen vindt men het Atlasgebergte. Ten Zuiden
daarvan heeft men in Tunis en Algiers een laagvlakte,
die beneden don zeespiegel ligt met tal van zoutwaterme-
ren, Sjots genoemd. Daarop volgt naar het Zuiden de
vreesehjke woestijn!) de Sahara, die zich van den Atlan-
tischen Oceaan tot de Roode Zee uitstrekt. Hier en daar
verheft het zand zich tot hooge bergen. Oasen 2) zijn in
deze woestijn, die | van de grootte van Europa heeft, de
plaatsen waar het opborrelend water aan den bodem vrucht-
baarheid verleent en mensch en dier doet leven. Zij zijn
de stations voor de karavanen, die de woestijn doortrekken.
Ten Zuiden van de Sahara, heeft men in Soedan: de
Kong d. i. gebergte, aan de golf van Biafra het Ga-
me r o n-gebergte en in het Oosten het Alpenland van
Abessinië. Het geheele Zuidelijke deel van Afrika is
een hoogland door randgebergten omringd en met een smalle,
dikwijls moerassige kust. Deze randgebergten sluiten gedeol-
1) Gedicht: In de Afrikaaneche Woestijn, door J. P. Hasebroek.
2) De plantengroei der oasen (in het Oud-Egyptisch Fahe = wo-
ning) wordt deels door aan de oppervlakte, deels door onderaards
stroomende wateren mogelijk gemaakt. Door het aanbrengen van
artesische putten in Algiers hebben de Franachen reeds veel uit-
stekend bouwland aangewonnen.