Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Auteur: Kleijn, A.A.; Schutte, G.
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5316
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200982
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
Meren. liet Ar al-meer, het 13 a i k a 1-meer, het Bal-
kasj-meer, de Doode Zee. 1)
§ 59. Klimaat. Azië heeft grootendeels een vastlands-
klimaat, met lange, strenge winters, korte, heete zomers en
weinig regen. In de woestijnen en steppen van Midden-Azië
woeden des winters koude sneeuwstormen. Zuid- en Zuid-Oost
Azië hebben altijddm-ende zomers met groote hitte en veel
regen. In de Indische en Chineesche wateren waaien vaak
draai- en kringstormen (Cyclonen en Tifonen).
Voortbrengselen. Azië is rijk aan mineralen, vooral
aan edele metalen, edelgesteenten, steenkolen, ijzer en tin.
De plantenwereld van Noord-Azië komt overeen met
die van Noord-Europa, (toendra's en naaldbosschen). China
en Japan zijn het vaderland van vele nuttige en sierplan-
ten, als: de theestruik, de kamferboom, de rhabarber, de
oranje- en moerbeiboomen (zijdeteelt), camelia's, azalia's,
hortensia's, chrysantinums. Het ti-opische Azië is de wieg der
rijstcultuur, en het vaderland van vele palmsoorten (kokos-,
sago- en betelpalm), van het bamboes, de caoutsjoek- en schil-
lak leverende vijgeboomen, de bananen, het suikerriet, enz.
De dierenwereld in Noord-Azië heeft eveneens veel
overeenkomst met die van Noord-Europa. In Midden-Azië
vindt men wilde paarden en ezels, den yak-os, den twee-
bultigen kameel en vele antilopensoorten. In het tropische
gebied komen voor: de tijger, de luipaard, do leeuw, de
olifant, de neushoorn, de tapir, vele buffel- en runder-
soorten, de orang-oetang en de gibbon, prachtige vogels
(pauw, fazant en papegaai), gevaarlijke slangen (boa en
brilslang) en vele schoon gekleurde insecten.
§ 60. Bewoners. Het grootste deel der bewoners van
Azië behoort tot het M o n g o o 1 s c h e ras (Chineezen, Japan-
neezen, de bewoners van Achter-Indië, die van de centrale
hoogvlakte, de oorspronkelijke bewoners van Siberië en de
Turken). De bewoners van Zuidwest-Azië (behalve de Tur-
ken) behooren tct het Indo-Europeesche ras (Hindoes,
Perzen, Afghanen, Armeniers). Arabieren en Joden behoo-
1) De Doode Zee heeft zeer steile oevers. Haar waterspiegel ligt
ongeveer 400 M. lager dan die van de Middellandsche Zee.
Aardrijkskunde v.in Europa. 4