Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Auteur: Kleijn, A.A.; Schutte, G.
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5316
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200982
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
g'er-Al pen en de Oostenrijksche Alpen, die aan
(len Donau in het Weenerwoud eindigen. Ten Zui-'
den daarvan : de K a r n i s c h e Alpen, de J u 1 i s c h e
I Alpen en de K a r a w a n k e n. Het verst vooruitgescho-
ven gedeelte der Oost-Alpen is het Eakony-woud.
Aan de Julische Alpen sluit naar liet Zuidoosten het
■ ' plateau van Karst, een kalkplateau met plotseling ver-
: dwijnende riviertjes en het merkwaardige Zirknitzer-meer
^^ ' (Intermitteerende bronnen). Aan het plateau van Karst
sluiten naar het Zuidoosten de Din arische Alpen, die
reeds tot het ]3alkan-schiereiland behooren.
Zwitserland, i)
(750 □ G. M. met 3 millioen inwoners).
§ 32. Ligging en gesteldheid. Zwitserland grenst
ten Noorden aan Duitschland, ten Oosten aan Oostenrijk,
ten Zuiden aan Italië en ten Westen aan Frankrijk. Be-
lialve de reeds genoemde bergen der Centraal-Alpen heeft
men op de grenzen van Frankrijk de Zwitser sche Jura,
ilie uit verscheiden evenwijdige ketens bestaat, hier en
daar met wijnbergen is bezet, doch overigens, vooral aan
de Zwtsersche zijde, tamelijk omTuchtbaar is.
Tusschen de Centi-aal-Alpen en de Jura, de Bodensee
en het meer van Genève ligt de vruchtbare, merenrijke
Zwitsersche hoogvlakte, die door vele rivieren (welke?)
naar den Rijn afwatert.
Het klimaat van Zwitserland is zeer verschillend naar
de hoogte van den bodem. Het is het aangenaamst op de
hoogvlakte en in de nabijheid der bergmeren. De Phon is
een aan de Zwitsersche bergen eigenaardige wind. Hij
waait het meest in het voorjaar en den winter en bevor-
dert het smelten van den sneeuw.
33. Bezigheden, bevolking. Landbouw en veeteelt
op de Alpenweiden zijn de hoofdmiddelen van bestaan. De
landbouw levert evenwel niet genoeg voor eigen behoeften.
Koren moet worden ingevoerd, alsmede slachtvee. Uitge-
1) Gedicht: Zwitserland, door Dr. N. Beets