Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Auteur: Kleijn, A.A.; Schutte, G.
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5316
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200982
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
de zee er vele diepe inhammen (fjorden), waarvan de
voornaamste zijn: de Hardangerfjord en de Sogne-
fjord. Naar het Oosten gaan ze langzaam over in de vlakte
langs de Oostzee.
Noorwegen heeft een zeeklimaat. Door den invloed
van den Golfstroom en de heerschende Westewinden zijn
de fjorden, zelfs tot bij de Noordkaap, doorgaans vrij van ijs.
Zweden heeft een vastlandsklimaat. Het is er over
't geheel veel kouder, dan in Noorwegen. Welke rivieren
leerden we in Scandinavië?
§ 30. Bezigheden en bevolking. Landbouw, vooral
in het Zuiden van Zweden, veeteelt, vischvangst, het bewer-
ken en den uitvoer van hout zjjn de voornaamste middelen van
bestaan. De voorraad hout is groot. Ongeveer 30 "/o van
Zwedens oppervlakte is met bosch bedekt.
De bergbouw levert voortreffelijk ijzer (Danemora),
koper (Falun), lood en eenig zilver (Sala).
De handel is aanzienlijk. Vooral de Noren zijn voortref-
felijke zeevaarders. Zweden en Noren zijn van Germaanscheu
oorsprong. In het Noorden wonen Finnen en Lappen, 1)
die zich met vischvangst en rendierenteelt bezig houden.
Zweden en Noorwegen zjjn afzonderlijke staten, ieder met
een eigen regeering, maar zij hebben een zelfden koning.
Zij vormen een personeele Unie.
Plaatsen. In Zweden: 2) Stockholm (250.000 in-
woners), de hoofdstad, aan het Miilarineer, met schoone
ligging, veel handel. Upsala, met eene hoogeschool; Da-
nemora (ijzermijnen); Falun (kopermijnen); Sala (zil-
vermijnen); Gefie, uitvoerhaven van de mijnprodukten;
Sundsval, grootste houtuitvoer; Gothenburg, tweede
handelsstad des rijks; Malmö en Lund in het Zuiden;
Jonköping met de beroemde lucifersfabrieken.
In Noorwegen: C h r i s t i a n i a, de hoofdplaats (150.000
inwoners), aan de golf van dien naam; B e r g e n, de eerste
handelsstad van Noorwegen, groote uitvoer van visch;
Drontheim, de oude hoofdstad; Hammerfest op een
der Lofoddeneilanden, de noordelijkste stad der aarde.
1 Gedicht: Laplandsch Liedje, door £. J. Potgieter.
2; Gedicht: Afscheid van Zweden, door E. J. Potgieter.