Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Auteur: Kleijn, A.A.; Schutte, G.
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5316
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200982
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
JXJXJJJJtllilUJ
23
boreikt, zoodat do Deensclie boter in de laatste jaren hoe langs
zoo meer de Ilollandsche van de buitenlaudsche markten
verdringt. De zand- en heidegronden in Jutland worden
jjverig met bosschen beplant. Daar Denemarken geen me-
talen of steenkolen bevat is de industrie er van weinig
belang.
Bevolking. Denemarken is een constituoneel konink-
rjjk. De bewoners, de Denen, zijn Germanen en belijden
meest den I^utherschen godsdienst.
Plaatsen. Op Seeland: Kopenhagen (375.000 in-
woners) de hoofdstad, aan de Sont, belangrjjke handelsstad;
Elseneur. Op Funen: Odense. In Jutland: Aalborg,
1 {a n d 0 r s, A a r h u u s, F r e d e r i c a, kleine handelssteden.
ïot Denemarken behooren ook de F ar oer (schapen-
eilanden) en IJsland met de hoofdstad Reijkjavik. Dit
eiland is alleen aan de Zuidkust eenigszins bewoonbaar,
lu het midden vhidt men onafzienbare sneeuw-en ijsvelden.
De vulkaan lleklal) en de heete springbronnen, de Gei-
sers, zijn bekend. De bewoners houden zich bezig met vee-
teelt en vischvangst.
Scandinavië.
Zweden, (8000 □ G.M. met 5 milhoen inwoners) en
Noorwegen (5800 □ G. M. met ongeveer 2 millioen
inwoners).
§ 29. Ligging en gesteldheid van den bodem,
liet schiereiland is in het AVesten bergachtig, in het Zui-
den. en Oosten vlak. Het zuidelijk deel van het bergland
is een breed hoogland met vele gletschers bedekt. De ver-
schillende deelen er van heeten fjelds (Lange-fjeld, Dovre-
fjeld, de Hardanger-Qeld, de Jostedalsbra). Het noordelijk
deel heeft meer den vorm van een ketengebergte, Kjölen-
gebergte genoemd. Hoogste toppen zijn: de Galdhöpig,
de Sneehattan (= Sneeuwhoed) en de Sulitelma.
Naar het AVesten loopen deze bergen steil af en vormt
1) Gedicht: De Hekla, door J. A. van der Goes.