Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Auteur: Kleijn, A.A.; Schutte, G.
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5316
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200982
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
en Duitschland heeft ons land ook veel verkeer met het
Vereenigde Koninkrijk, dat aan de overzijde der Noordzee
gelegen is. Het bestaat uit twee groote eilanden en vele
kleinere (welke?) en wordt ten Noorden en ten Westen
door den Atlantischen Oceaan, ten Zuiden door het Kanaal,.
ten Oosten door de Noordzee bespoeld.
Het ligt tegenover het dichtst bevolkte en drukste ge-
deelte van het vasteland van Europa en van hier heeft
men ook de kortste verbinding met Amerika, dat zijn meest
ontwikkelde en handeldrijvende zijde naar Europa keert.
De ligging van Groot-Brittanje kan dus bij uitstek gunstig
genoemd worden.
In het Zuiden en Oosten is het laagland; naar deze zijde
stroomen dan ook de groote re rivieren. In het Westen en
Noorden is het land bergachtig. Men vindt daar het B e r g-
1 a n d van C o r n w a 11 i s, dat rijk is aan koper en tin, het
bergland van Wales met den hoogsten top den Snow-
don. Dit gebergte is in het Zuiden rjjk aan jjzer en
steenkolen. In het midden en Noorden treft men het
P e a k- en het Penninischgebergte aan, eveneens met
veel ijzer en steenkolen. Verder het Bergland van
Zuid-Schotland en het tot de Schotsche Hooglanden
behoorende Grampiangebergte met den hoogsten toj)
den B e n-N e w i s. Tusschen het bergland van Zuid-Schotland
en het Grampiangebergte ligt de Schotsche laagvlakte,
insgelijks met veel steenkolen en 'ijzer.
Ierland is in het midden vlak en laag, aan de kusten
hooger; in het Zuidelijk doel vindt men de Kerryber-
gen. Het land heeft vele meren, moerassen en venen,
alsmede vruchtbare bouw- en weilanden (het groene E r i n).
Welke rivieren leerden wij in Groot-Brittanje en Ier-
land?
Het rijk heeft een gematigd zeeklimaat, met zachte
mnters. Er valt veel regen. Het Noorden van Schotland
heeft een ruw klimaat.
§ 26. Bezigheden. De landbouw, hoewel zeer ont-
wikkeld, levert niet voldoende op voor de behoeften der
bevolking, zoodat veel koren, vleesch en andere artikelen
worden ingevoerd. Engeland verbouwd vooral tarwe, gerst