Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Auteur: Kleijn, A.A.; Schutte, G.
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5316
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200982
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
den Donau, de Eger en de Saale, die naar de Elbe,
de Main, die naar den Rijn stroomt.
De bergen van Duitschland zijn over 't geheel met dichte
wouden bedekt, waarvoor veel zorg gedragen wordt, (hout-
vesters). De Zuidelijke en Zuidwestelijke hellingen der
bergen langs Kijn, Moezel en Main zijn beplant met den
wijnstok, die de bekende Duitsche wijnon voortbrengt.
Op de grenzen van bergland en laagland zijn de
Duitsche bergen rijk aan kolen (steenkool en bruinkool)
en ijzer, waardoor Duitschland een voorname f'abrioksstaat
geworden is. Vooral worden deze gevonden 1in do streek
tusschen de Lahn en de Lippe, 'i®. langs de Saar,
3®. in het Saksisclie bergland en 4®. in Silezië
(Plateau van Tarnowitz).
Ook vindt men in deze bergen tal van minerale bronnen,
die de oorzaak van druk bezochte badplaatsen zijn, o. a.
bij het Zwartewoud, Bade n-B a d e n; in de leisteengeberg-
ten: Ems, Wiesbaden, Se 11or s, Kre uznacht; in het
SaksischeErtsgebcrgte:Karlsbad, Töplitz, Marionbad.
§ 21. Noord-Duitschland bestaat grootendeels uit eene
laagvlakte. Deze vertoont bij afwisseling klei, veen, zand- en
grintgrond, grootendeels door heidekruid bedekt (de uitge-
strekte L ü 11 e b u r g e r h e i d e in Hannover). De vlakte wordt
verdeeld in : het gebied van de Weichsel, dat van de Oder,
van de Elbe, van den Wezer en van den Rijn. Deze ri-
vieren zijn in hun benedenloop, evenals die in ons land,
van dijken voorzien.
Langs de Oostzeo-kust vindt men duinen en strandmeren
met zoetwater (haffen), langs de Noordzeekust lage wei-
landen (marschen),
§ 22. Bezigheden. Bevolking. In de Noordduitsche
laagvlakte bloeit vooral de landbouw; granen, aardap-
pelen en suikerbieten worden er in groote hoeveelheden
verbouwd; Zuid-Duitschland levert veel hop voor de tal-
looze bierbrouwerijen.
W ij n b 0 u w treft men aan in de dalen van Moezel,
Rijn, Main en Neckar.
Paardenfokkerij in Oost-Pruisen (Trakhenen), Hol-
stein en Mecklenburg; 't beste rundvee bezit Zuid-Duitsch-