Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Auteur: Kleijn, A.A.; Schutte, G.
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5316
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200982
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Europa en de werelddeelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
Het Groothertogdom Luxemburg.
§ 18. Luxemburg is een onzijdige staat, door België,
Frankrijk en de Duitsche Eijnprovinciën ingesloten. Van
1815—1800 werd het geregeerd door de koningen van
Nederland, als groothertogen van Luxemburg; bij den dood
van "Willem III kwam het aan den hertog van Nassau,
die in 18(50 zijne staten aan Pruisen moest afstaan. Do
bodem is rijk aan mineralen en wouden. Om het natuur-
schoon wordt het jaarlijks door vele reizigers bezocht. De
hoofdstad Luxemburg was voor 1867 een sterke ves-
ting. Echternach, Diekirch en Vianden.
Het Duitsche Rijk.
(16 maal zoo groot als Nederland, 52 millioen inwoners).
§ 10. Ligging en gesteldheid. Ten Oosten van ons
land ligt Duitschland; het hgt in het midden van Europa
en grenst ten Noorden aan de Noordzee, Denemarken en
de Oostzee; ten Westen aan Nederland, België en Frank-
rijk ; ten Zuiden aan Zwitserland en Oostenrijk-Hongarije,
en ten Oosten aan Rusland.
Naar de ligging en den bodem kan hot verdeeld wor-
den in: a. Z u i d-D u i t s c h 1 a n d mot gebergten, hoogvlakten
en een laagvlakte; b. Midden-Duitschland met ber-
gen en heuvels; c. Noor d-D uitschland met eene laag-
vlakte en heuvels.
Zuid-Duitschland. De Duitsche middelgebergten staan in
verbinding met de Alpen door de Z w i t s e r sc h-Z w ab i s ch-
B eier SC h e Hoog vlak te, die doorden Rijn in twee deelen
verdeeld wordt. De Zwabisch-Beiersche hoogvlakte wordt in het
Noorden begrensd door den Donau. Zij heeft over het geheel
een ruw klimaat en helt naar den Donau af, waar zij talrijke
moerassen bevat. Ten Noorden daarvan vindt men de Z w a b i-
s c h e Jura en de F r a n k i s c h e Jura; op den rechter-Rijn-
oever het Zwart e-w o u d I) en het O d e n w o u d, op den lin-
ker de Vogesen en het Ilaardt-gebergte. Deze vier
1) Gedicht: In liet Schwarzwald door H. G. Roodhuijzen.