Boekgegevens
Titel: Beginselen der goniometrie en regtlijnige trigonometrie, en berekening der oppervlakken en inhouden van ligchamen, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & Comp, 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-342
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200969
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Trigonometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der goniometrie en regtlijnige trigonometrie, en berekening der oppervlakken en inhouden van ligchamen, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
Door gebruik (c maken van de gegevens, hebben wij dus:
132-2,95
6H-a= 1527,07
lng.{b^a)= 5,12154
/off.(6-f-a)= 5,12289
-(afïr.
ïW/ii7 = 19,99865—20
2)-
log, tang.9,99955—10
iC=r44'>37'22''
C= 89«54'44".
Dc overige onbekenden worden verder als vroeger berekend.
2". Zij gegeven 1253 cn c = 1215 el.
Daar hier dc verhouding van de gegeven hypolhenusa cn regt-
hoekszijde zeer weinig van 1 verschilt, zal hoekC, welke tegenover
dc zijde c staal, weinig van 90° verschillen, terwijl hoek A digi bij
0° ligt. Men berekent dus weiT, dewijl wij in 'tö'*« Geval verkeeren,
dc helft van C; maar om daartoe gebruik te kunnen maken van do
gevonden formule:
I ^ I /
tang.iC^y^—,
moet men eerst de kleinste regthoekszijde a uit de gegevens bere-
kenen door dc formule :
a = 1/ = (b—c);
waaruit: log. a = J | log. (6-j-c) + log. (b—c) (.
Na hier den weg te hebben aangewezen , kunnen wij dc bewer-
king wel aan den lezer overlaten.
^V gegeven c=9120 en a = 615 el.
ft
Daar hier de verhouding— der gegeven reglhoekszijden een vrij
groot getal is, zal hoek C, welke tegenover dc grootste regthoeks-
zijde c slaat, digi bij 90", en dus hoek A digt bij O» liggen. Nu
berekent men, omdat wij in Geval verkeeren, het dubbel van
laatstgenoemden hoek door de formule :
2ftf? 2ac
derhalve in logarithmen :
log. tang. 2A = log. 2+ log, alog. r — \ log. (r-fn) log. {c—a) \ .