Boekgegevens
Titel: Beginselen der goniometrie en regtlijnige trigonometrie, en berekening der oppervlakken en inhouden van ligchamen, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & Comp, 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-342
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200969
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Trigonometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der goniometrie en regtlijnige trigonometrie, en berekening der oppervlakken en inhouden van ligchamen, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
1®. dal voor/iOeA O" en -^[OO'^, dus wanneer Aoe/c a scherp is,
alle goniomelrische lijnen posilief zijn;
dat voor /iocft «>90" en <^180®, dus wanneer hoek a stomp
is , sin» a en cosec. a positief, maar tang, a, sec, a, cos. a en col. a
negatief zijn;
dat voor hoek ISO^» en <^270°, dus wanneer hoek a in-
springend is en minder dan 270® beval, tang.a en cot. a positief,
maar sin.a, cos.a, sec, a en cosec. a negalief zijn;
4*». dat voor/toeA a^ 270® en <^360®, dus wanneer/loeA a insprin-
gend is en meer dan 270® bevat, cos. a en sec. a positief, maar sin. a,
tang.ay cot. a en cosec. a negatief zijn.
§ 11. Nadat het beweegbare been ééne omwenteling volbragt, en dus
eenen hoek van 360® doorloopen heeft, kan het voortgaan met zich
te bewegen. Hierdoor krijgt men een denkbeeld van hoeken of bogen ,
die meer dan 360® bevatten; het aangevoerde is echter ook ddn toe-
reikend om over den positieven of negatieven toestand der goniome-
lrische lijnen te oordeelen,
§ 12. Stelt men zich voor, dat hel beweegbare been MP (Fig. 2)
aanvankelijk langs het
vasle been MO gelegen
beeft, en dat het zich ,
in plaats van in den
zin van het pijltje, in
tegengestelden zin be-
weegt ; dan zijn de
doorgeloopen hoeken of
bogen negatief, en het
aangevoerde is weer toe-
reikend om na te gaan in
welken toestand de go-
niomelrische lijnen van
negatieve hoeken of bo-
gen verkeeren. ]\Ien zal
namelijk bevinden;
1®. dal wanneer hoek a lusschen 0®^ en —90® ligt, zijne thans
behandelde goniomelrische lijnen in denzelfden toestand veikeeren
s' \G'\G'
pp" c^