Boekgegevens
Titel: Beginselen der goniometrie en regtlijnige trigonometrie, en berekening der oppervlakken en inhouden van ligchamen, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & Comp, 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-342
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200969
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Trigonometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der goniometrie en regtlijnige trigonometrie, en berekening der oppervlakken en inhouden van ligchamen, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
INHOUD. XI
De inhoud van een reglhoekig parallelopipedum i$ gelijk
aan hel gedurig product zijner lengte, breedte en
hoogte (S 4-2). . . -..........Bladz. 98.
De inhoud van een teerling is gelijk aan de derde-^nagt
van zijne ribbe (§ 45)............— 99.
De inhoud van elk parallelopipedum {hetzij regthoekig of
scheefhoekig) is gelijk aan hel product van zijn grond-
vlak met de hoogte (§ 44)..........— 99.
De inhoud van cU" prisma {hetzij driehoekig of veelhoekig ,
regt- of scheefhoekig) wordt op dezelfde wijze gevonden
als die van een parallelojnpedum (§45 en § 40). . — 100.
De inhoud van een afgeknot driehoekig prisma wordt ge-
vonden door den vlakken inhoud van zijn grondvlak te
vermenigvuldigen met één^derde van de som der drie
loodlijnen, uit de hoekjmnten van het bovenvlak op het
grondvlak neêrgelaten............— 101,
11 ij wordt ook gevonden door (ên'derde van de som der
drie evenwijdige ribben Ie vermenigvuldigen mei den
vlakken inhoud eener doorsnede, loodregt op die drie
ribben gebragt (§ 47)............— 102.
De inhoud eener piramide (hetzij drie- of veelhoekig) is
gelijk aan ht^ product van haar grondvlak met één-
d(-rde van hare hoogte (§ 48 en § 49)......— 103.
De inhoud eener afgeknotte piramide [hetzij drie- of veel-
hoekig) wordt gevonden door de som van haar grond-
vlak, haar bovenvlak en een vlak, welks inhoud midden-
evenredig is tmsch.en de inhouden van hel grond- en
bovenvlak , te vermenigvuldigen met één-derde van de
hoogte (§ ÖO). . ............— 104.
De inhoud van een cilinder wordt op dezelfde wijze ge-
vonden als die van een prisma ($ ol)......— lOi.
De inhoud van een kegel wordt op dezelfde wijze gevon-
den als die eener piramide (;5 52)........— 104.
De inhovd. van een afgeknoUen kegel wordt up dezcl/de
wijze gevonden als die eener afgeknotte piramide (§ö5). — tOj.