Boekgegevens
Titel: Beginselen der goniometrie en regtlijnige trigonometrie, en berekening der oppervlakken en inhouden van ligchamen, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & Comp, 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-342
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200969
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Trigonometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der goniometrie en regtlijnige trigonometrie, en berekening der oppervlakken en inhouden van ligchamen, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
)) » l>
9
I N n O D D. n
De {jeinccnc doorsnede vi^ een omwenlelings-ligcliaam met
een plat vlak, dat loodregt op de as staat, is altijd
een cirkel (§15)..............Bladz. 81.
Bepaling van een cilinder (§17).........— 8*2.
» » kegel (§ 18)..........— 83.
afgeknotten kegel (§19)......— Hi.
» .> bol (§ 20)...........— 84.
Elke middellijn van den bol kan als de as van dit om-
wenlelings-ligcliaam beschouwd worden (§ 20), ... — 85.
De doorsnede van een bol met een willekeurig plat vlak is
altijd een cirkel (§ 20)............— 83.
Onderscheiding der cirkels op het oppervlak eens bols in
groote en kleine (§ 21)............— 86.
Bepaling van een bolvormig segment (§ 22)......— 86.
» » eene bolvormige schijf (§ 23)......— 86.
» )> een tweevlakkigen bolvormigen sector (§ 24). — 87.
» n » bolvormigen sector (§ 25). ..... — 88.
b. BEREKENING DER OPPERVLAKKEN VAN DE BESCHOUWDE
LIGCHAMEN...............— 89.
Bepaling van 't geen njen door het oppervlak van een lig-
chaam verstaat (§ 26)............— 89.
liet oppervlak van een veelvlakkig ligchaam wordt bere-
kend met behulp van 't geen omtrent de inhoudsvinding
van drie- en veelhoeken geleerd is (§ 27).....— 89.
Berekening van het oppervlak van een regthoekig paral-
lelopipedum (§ 28).............— 89.
liet oppervlak van een teerling is gelijk aan zesmaal het
vierkant op zijne ribbe (§ 29).........— 90.
Ilel ronde oppervlak van een regelmatig prisma is gelijk
aan den omtrek van zijn grondvlak , vermenigvuldigd met
de hoogte (§ 50)..............— 90.
liet ronde oppervlak eener regelmatige piramide is gelijk
aan den omtrek van haar grondvlak, vermenigvuldigd
met de helft dei' hoogte van een der opstaande zijvlak-
ken (S 31)................— 91.