Boekgegevens
Titel: Beginselen der goniometrie en regtlijnige trigonometrie, en berekening der oppervlakken en inhouden van ligchamen, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & Comp, 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-342
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200969
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Trigonometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der goniometrie en regtlijnige trigonometrie, en berekening der oppervlakken en inhouden van ligchamen, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
Si
1 il (Ie hier ycgcveu bepaling blijkt, dal dc kegel gcdeellelijk door
een plat cn gedeeltelijk door een gebogen vlak begrensd wordt.
2 lU. Bkpalinc. Door een afgeknotten kegel verstaat men hel gc-
'■'S- declte van eenen kegel (Fig. 15), dat be-
grepen is tusschen zijn grondvlak b lï en
oen vlak cC, dat loodregt op de omwen-
lelingsas slaat, en derhalve den kegel
volgens een cirkel doorsnijdt.
Dc cirkels bI5 en cC noemt men het
grond- cn bovenvlak van den afgeknotten
kegel; hun onderlinge afstand bc, of de
lijn, die de middelpunten van grond- en
bovenvlak vereenigt, heet de hoog Ie, en RC
de arhninn xfjde van den afgeknotten kegel.
De afgeknotte kegel is derhalve een
omwontolings ligchaam , dat voorlgebragt
wordt door dc wenteling van een regt-
hoekig trapezium HCob om zijne rogihookszijde bc; de cenlralc
doorsnede van hol ligchaam is oen gcüjkboonig trapezium RCC'B',
vn hot ligchaam wordt gedeeltelijk door twee plallc vlakken, gedeel-
telijk dooreen gebogen vlak begrensd, wolk laatste het roiide opper-
vlak van don afgeknotten kegel lied.
§ 20. Bepaling. Door een hol verslaat mon een omwentdings-
Fmt. H. ligchaam BCDC'B (Fig. 11), voortgo-
bragt iloor de wenteling van een halven
oirkol BCD om dc middellijn BD,
welke dozen begrenst. Uaar gedurende
de omwenteling van den halven cirkel
alle punten ^an den cirkelboog BCD
op denzelfdon afstand van bet middel-
punt c verwijderd blijven, terwijl die
cirkelboog hol oppervlak van den bol
beschrijft , zoo zijn alle punlen van
het oppervlak eens bols op gelijke af-
standen van een zelfde punt c ver-
wijderd, 'l welk mon daarom bet niid-
dcIj'Khi 'lan den bol noemt.