Boekgegevens
Titel: Beginselen der goniometrie en regtlijnige trigonometrie, en berekening der oppervlakken en inhouden van ligchamen, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & Comp, 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-342
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200969
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Trigonometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der goniometrie en regtlijnige trigonometrie, en berekening der oppervlakken en inhouden van ligchamen, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
van een regthoekig parallelopipedum zijn dus allen regthoeken, en
F'Jï- de opstaande ribhe AE=nF = CG = DH is
levens dc hoogte van hel ligchaam. De iengle
Ali cn de hreedle AD van hel grondvlak AC
noemt men tevens de Icnyle cn breedte van het
ligchaam, zoodat de drie rihhcn AB, AD en AE,
die in cenig hoekpunt van het ligchaam zamen-
komen de lengte, hreedtc en hoogte van het
ligchaam heelen. Zoodra de lengten van deze
drie rihhcn gegeven zijn , is het ligchaam volkomen hepaald , cn de
opheldering van § 3 zal, in verband met de hier gegeven bepaling,
wel toereikend zijn om te doen heseffen , hoe men een regthoekig
parallelopipedum maakt, wa-nnecr zijne lengte, hrccdie cn hoogte
gegeven zijn.
§ 5. IkpALno. Een regthoekig parallelopipedum heel een Imbus of
teerTmg, wanneer al zijne ribben onderling gelijk zijn. Is dus
(Eig. 3) AB = AD = AE (waardoor van zelf dc overige ribben gelijk
aan deze zijn), dan is AC een kubus of teerling. De zes zijvlakken
zijn derhalve in dit ligchaam allen vierkanten. Zoodra eene rihhe
AB van den teerling gegeven is, is het ligchaam volkomen bepaald.
§ 0. Bepaling. Een prisma is een \eelvlakkig ligchaam, waarvan
riff. twee zijvlakken ABCDE en FCIIIK (Fig. 4)
evenwijdig , gelijk en gelijkvormig zijn ,
in dier voege, dat hunne g(!lijke zijden
.\B=FG, BC == GII enz. evenwijdig loo-
pen ; terwijl de overigi^ zijvlakken ABGF,
BCIIG enz. parallelogrammen zijn, die ieder
een paor gelijke en evenwijdige zijden der
eersthedoelde veelhoeken lot overslaande
zijden hehhen.
De evenwijdige zijvlakken ABCDE en
FGIIIR nocn>l men hel//ro«4-en bovenvlak,
cn hiin onderlinge afstond LM, of de loodlijn, uit een willekeurig
punt van hel eene op het andere neèrgelalrn, heet dc hoogte van
hel: prisma. Verder heeten dc parallelogrammen AG, BII, Cl enz ,
die het ligchaam zijdelings begrenzen , de opstaande zijvlakken ; tei-