Boekgegevens
Titel: Beginselen der goniometrie en regtlijnige trigonometrie, en berekening der oppervlakken en inhouden van ligchamen, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & Comp, 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-342
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200969
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Trigonometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der goniometrie en regtlijnige trigonometrie, en berekening der oppervlakken en inhouden van ligchamen, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
/O
Hieruit af te leiden die van een boog van 223".
00. Te hew ijzen, dat dc sinus eens boogs altijd de helft is \an dc
kooide van den dubbelen boog.
07. Iliernit den weg aanwijzen ter berekening van dc goniomelrische
lijnen van eenen boog van iS''.
08. Hoe groot moet de tangens van een boog genomen worden, op-
dat de sinus van dezen boog gelijk aan ^ 1/5 zij ?
01). Bereken de waarde van s uil: tanq. ® _ ^ wanneer
^ ^ fafig. et
ct=:22"13' is.
70. Hoe zal men den vizierhoek van een vuurwapen berekenen ,
wanneer de Iiooglc van den opzet en van dc vizierkorrel boven
de as-lijn bekend is, alsmede de afstand, waarop deze punten
van elkaar verw ijderd zijn ?
71. Die vizierhoek is gewoonlijk zeer klein; hoe zal men dus deze
berekening inrigten , ten einde tot naauwkeuriger uitkomst te
geraken ?
72. De vizierkorrel van een vuurwapen ligt op 0,009 boven dc as-lijn ;
men w il op dat vuurw apen een opzet plaatsen, w elks hoogste
punt van het hoogste punt der vizicrkorrcl 1 el verwijderd is,
ten einde aldus een vizierhoek van 2" te krijgen. Hoe groot
moet dc hoogte van den opzet boven dc as-lijn genomen worden?
75, Van eenen regthoekigen driehoek is bekend een der scherpe
hoeken .1 = 52''10'50", benevens de loodlijn, die uit het hoekpunt
van den regten hoek op de hypothcnusa valt, ^=12,3 el; men
vraagt hieruit den inhoud van dezen driehoek te berekenen.
74. Van eene Hèclic is de keel 30 el lang; hoe groot moet dc ka-
pitaal , gemelcn tot aan den uitspringenden hoek, genomen wor-
den , opdat dc hoek der llèchc 70' bevatte?
73 De keel eeiicr lunettc is gepalissadeerd. Indien nu deze keci
4o el lang is, terwijl dc flanken 12 el cn dc facen 35 el meten;
\raagt men de inwendige ruimte dezer lunetle te berekenen , in
dc onderstelling dal de gegeven afmetingen genomen zijn langs
den leen van het bankcl-lalud.
76. Na eenen hoek van 97® gevormd en zijne bccnen 180 cl lang ge-
maakt tc hebben, wil men deze beenen bastionceren. IIoc groot