Boekgegevens
Titel: Vraagstukken en vormen voor de voorbereidende klasse tot de hoogere burgerschool
Auteur: Ising, Jan C.W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1896 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4920
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200878
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken en vormen voor de voorbereidende klasse tot de hoogere burgerschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
24. 't Drievoud van Piets geld bedraagt f 7,36o. Hoeveel geld
heeft Piet ?
2;i. van een partij koopwaar weegt 32of K.G.. Hoe zwaar is
de geheele partij
2(). Een grondbezitter verkoopt van zijn land. Welk deel van
zijn land houdt hij over?
27. Om aan elk zijner kinderen f 1,36 te geven, heeft een vader
f 8,46 noodig. Hoeveel kinderen heeft hij ?
28. Hoeveel K.G. koopwaar van 65 cents per K.G. kan men
koopen voor f 5,525?
29. Op een partij koopwaar is van den inkoopsprijs verloren
en 't verlies bedraagt f 53,625. Hoe hoog was de inkoopsprijs ?
30. Een spoortrein legt een weg van 48^ K.M. af in 2 uur en
20 minuten. ISereken zijne gemiddelde snelheid per uur.
31. Van 40 knikkers krijgt Piet er zes. Welk deel van de 40
knikkers krijgt Piet ?
32. Hoeveel rijksdaalders kan men krijgen voor een bankbiljet
van 40 gulden ?
33. Als ik 45 cents uitgeef, welk deel van een rijksdaalder geef
ik dan uit ?
34. Een winkelier heeft een partij koffie, wegende 875 K.G.,
en verkoopt daarvan 65 K.G.. Welk deel van de partij ver-
koopt hij ?
35. Om eene tafel kan men acht personen zóó plaatsen, dat
elks plaats juist | M. breed is. Hoe groot is de omtrek
van die tafel ?