Boekgegevens
Titel: Vraagstukken en vormen voor de voorbereidende klasse tot de hoogere burgerschool
Auteur: Ising, Jan C.W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1896 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4920
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200878
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken en vormen voor de voorbereidende klasse tot de hoogere burgerschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
f)
\2. Hoeveel geld heeft men noodig, om aan 12 peisonen elk f te geven ?
13. Zes menschen moeten f 13,50 gelijkelijk verdeden. Hoeveel geld krijgt elk ?
14. Hoeveel kost 8| K.G. koopwaar van f 1,20 per K.G. ?
15. Iemand krijgt f van eene erfenis, die in 't geheel f28324,80 bedraagt. Hoeveel geld ontvangt hij ?
16. Een partij goederen is gekocht voor f 916,48 en verkocht voor f 1024,37. Hoeveel is daarop gewonnen?
17. Hoe groot is 't verkoopbedrag van een partij goederen, die voor f 3425?,J gekocht en met f 216^| winst verkocht is?
18. Bereken 't inkoopsbedrag van een partij goederen , die met r 114,84 winst verkocht is voor f 2204.05.
19. Als een hoeveelheid koopwaar f 182if gekost heeft en met f 27| verlies verkocht is, hoeveel heeft zij dan opgebracht?
20. Bereken 't verlies, dat iemand leed toen hij een baal kof- fie kocht voor f 76,29 en verkocht voor f 74,78.
21. Een partij koopwaar brengt f 834g op, terwijl er f 29/(jOp verloren wordt. Bereken 't inkoopsbedrag.
22. Iemand heeft voor f 1458 goederen gekocht en verkoopt die zóó , dat hij van den inkoopsprijs wint. Hoeveel be- draagt zijne winst?
23. Op 56| H.L. meel heeft een winkelier ingemeten. Hoe- veel H.L. heeft hij ingemeten ?