Boekgegevens
Titel: Vraagstukken en vormen voor de voorbereidende klasse tot de hoogere burgerschool
Auteur: Ising, Jan C.W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1896 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4920
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200878
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken en vormen voor de voorbereidende klasse tot de hoogere burgerschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
A nu meer ot' minder dan B? En hoe groot is 't verschil ?
101. A en B hebben samen gespeeld. Vóór 't spel had A flb^
meer dan B en na 't spel heeft A f meer dan B. Hoe-
veel heeft A aan B verloren ?
402. En hoeveel zou A aan B verloren hebben, als B na
'tspel f()| meer had dan A? (Zie no. 101.)
103. Een winkelier kooopt drie partijen koffie, wegende 122.J,
210| en 85| K.G.. tegen f 1,12 per K.G.. Hoeveel heeft
hij voor al die koffie te betalen?
104. Toen ik I van mijn geld had uitgegeven, hield ik f2,2I)
over. Hoeveel geld had ik aanvankelijk ?
105. Bereken: + X 7,4 — If :
lOfi. Iemand maakt van f71(i in 3.V Jaar f 112,77 interest. Tegen
hoeveel percent 'sjaars staat zijn geld uit?
107. Eene partij koopwaar is gekocht voor f840 en verkocht
voor f913,50. Hoeveel percent is er gewonnen?
108 Hoeveel percent van den verkoop bedraagt de winst in
no. 107?
109. Bereken den inkoopsprijs van eene partij goederen , die
met verlies verkocht is voor f2362,50.
110. Eenige personen hebben f 100 te verdeelen ; als eik f 5|
neemt, blijft er fO,125 over. Hoeveel personen zijn er?
111. Bereken : (0.034516 + 0,0279841 X — 23,2154 : 3,25.
1,5625
112. Eene huisvrouw maakt 12 hemden van een stuk linnen,