Boekgegevens
Titel: Vraagstukken en vormen voor de voorbereidende klasse tot de hoogere burgerschool
Auteur: Ising, Jan C.W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1896 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4920
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200878
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken en vormen voor de voorbereidende klasse tot de hoogere burgerschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
i3
bij verkoop 8 % op gewonnen. Hoe hoog is 't verkoopbe-
drag ?
Hoe hoog zou verkoopbedrag zijn als er o% verloren
werd? (Zie no. 88.)
DO. Op een inkoop van f D30 met 1' KïO onkosten bij inkoop,
wordt bij verkoop O-J % gewonnen. Bereken de winst.
91. Hoe hoog zou 't verkoopbedrag xijn . als de inkoop f93()
was en de winst f 74,iO. terwijl er bij den verkoop f 1*»0
onkosten gemaakt werden?
92. Als ik nog f9,13 bij rnijn geld had, zou 1 van mijn geld
{'48,87 bedragen. Hoeveel geld heb ik?
+ X 121 : ^ -
94. Hoe groot is eene kist, die 1/j M. lang, -J M. breed en
^ M. diep is?
9d. Hoe groot is de vloer eener kamer, als die vloer bestaat
uit (>K planken, die elk i M. lang en 3 d.M. breed zijn?
9(». A en H moeten t'<»3,35 zóó verdeelen , dat A f5,4fi meer
krijgt dan ïï. Hoeveel krijgt A ?
97. De som van twee getallen bedraagt en hun verschil
is Hoe groot is 't kleinste dier getallen?
98. A heeft f li,33 meer dan B. Zij spelen samen en A wint
f8,20 van B. Hoeveel geld heeft A ten slotte meer dan B?
99. Bereken: ^rAr + i) X Hl
^ : Ui
100. A heeft f 14,35 meer dan B en verliest f8.20 aan B. Heeft