Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
Daarenboven heeft men na de berekening van Adams
omtrent de baan der November-stroomen, een teloscopische
komeet gevonden, wier baan volkomen met gene over-
eenkomt.
Men mag het er dus voor houden, dat het verband tus-
schen kometen en vallende sterren niet denkbeeldig is,
maar werkelgk bestaat, dat dus tot hej; zonnestelsel ook
nog moet gerekend worden al die vuurbollen en vallende
sterren, die, hoe klein ook, jaarlijks het gewicht der aarde
met eenige centenaars vermeerderen.
Ook voor die stelsels dier lichamen gelden de wetten van
Newton, want anders zouden Adams en Leverrier niet, door
die aan te nem.en, tot zulke verrassende uitkomsten hebben
kunnen geraken.
Is eindelijk de theorie van Hoek voor alle kometen
geldende, dat zij natuurlijk door hun eigen beweging van
buiten het zonnestelsel daar binnen zijn geraakt, dan wordt
een zoodanige oorsprong ook voor de meteoren waar-
schijnlijk.
Ten slotte kan men nog de volgende opmerking maken.
Het is zeker dat minstens een honderdtal meteoorstroomeri
zijn opgemerkt. Allen ontstaan volgens onze onderstelling
door een groote massa dier lichamen, die over een ring
verspreid zijn, welke als een groote ellips do zon omgeeft
en waar langs ieder in zekeren tijd en volgens de wetten
van Kepler rondloopt. Hoe weinig kans was er nu, dat
zulk een ring juist zoodanig geplaatst was dat zij de loop-
baan der aarde snijdt ? Hoeveel kans is er dus dat dit
alleen geschied is, omdat er oen oneindige menigte dier ringen
zijn, die allen door hot zonnestelsel als het ware heengeslingord
zijn , on welke de schrikbarende ruimte tusschen de verschil-
lende planeten gelijkmatig opvullen met meteoren ?
VRAGEN.
1. Zoo er nog een planeet was, juist op de helft tusschen
Mercurius en de zon in gelegen, in hoeveel tijd zou die dan
haren omloop volbrengen ?