Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
Men mag dus onderstellen dat een meteoorstroom een ver-
zameling van kleine lichaampjes is, die gemeenschappelgk
in een gesloten baan om de zon gaan. Snijdt deze kring
de aardbaan, on is hij nagenoeg overal met die meteoren
bezet, dan zullen op 't oogenblik dat de aarde dat snijpunt
bereikt, de daar aanwezige lichamen onder den invloed
harer aantrekking geraken, in den dampkring dringen en
daar door hunne snelle beweging verwarmd worden, gaan
gloeien en als vallende sterren of boliden zichtbaar wordt.
Is op een gedeelte van den kring de opeenhooping grooter,
dan zal telkens als dat gedeelte in het knooppunt der baan
jnet de aarde samenkomt een meer overvloedige sterrenre-
gen neervallen. Uit de bovengenoemde periode van 33 jaren
leidt men dus af, dat, indien wezenlijk de vallende sterren
van den Novemberstroom een dergelijken oorsprong hebben,
alle deeltjes van dien kring van meteoren hun baan om de
zon in 33 jaar volbrengen.
Uit de verplaatsing van den datiim, waarop den stroom
invalt, en in de onderstelling dat deze veroorzaakt wordt
door den storenden invloed der planeten , heeft A d a m s
den vorm dier loopbaan weten te berekenen. Hij vond
daarvoor een zeer excentrieke ellips, wier verste punt zoo-
ver van de zon af is als de planeet Uranus.
Deze berekening geschiedde naar aanleiding van een ge-
niaal onderzoek , door S c h i a p a r e 11 i in 't werk gesteld
omtrent den Augustus-stroom. Deze sterrekundige merkte
op dat een komeet, in 1862 verschenen en berekend, een
loopbaan had, welke de aardbaan in een punt snijdt juist
tegenover dat, welke de aarde zelve op 10 Augustus in-
neemt. Daardoor kwam hij op 't denkbeeld om uit te re-
kenen, of, indien de meteoren van Augustus zich eens in
dezelfde baan als die komeet bewogen en op dezelfde wijze,
alsdan de verschijnselen, die de Augustus-stroom aanbiedt,
daardoor zouden verklaard zijn. Het bleek dat dit volko-
men het geval is; en aldus was een nieuwe zaak allerwaar-
schijnlijkst geworden, nl. een verband tusschen kometen en
vallende sterren. Boven zagen wij dat deze hypothese een
schoone bevestiging heeft gevonden in het gebeurde met de
komeet van Biela. Na Schiaparelli's onderzoek, berekende
Leverrier voor den Novemberstroom de loopbaan en vond
daarvoor dezelfde als Adams, maar op een andere wijze.