Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
sterren in een nacht opgemerkt. Zoo zegt Theophanes dat
in November 472 te Constantinopel de lucht was opgevuld
met vliegende meteoren.
Het jaar 902 werd, later wegens den grooten sterrenregen
die er in plaats greep, het jaar der sterren genoemd.
In de Annalen van Cairo wordt verhaald dat in October
1202 de sterren als sprinkhanen door den hemel vlogen.
Uit latere tijden is merkwaardig de sterrenregen, dien
A. von Humboldt in Zuid-Amerika waarnam. Hij zegt:
duizenden van sterren en boliden volgden elkander in 4 uren
tijds op. Van 't begin tot het eind was er geen plek aan
den hemel zoo groot als 3 volle manen, dat niet ieder oogen-
blik met vallende sterren was gevuld.
Van den reeds genoemden prachtigen sterrenregen op 27
November 1872 wordt gezegd: Op sommige plaatsen werden
er gedurende 6 uur meer dan 330Ó0 waargenomen. Soms
kon men rekenen op bijna 300 per minuut. Tallooze me-
teoren van verschillende kleuren, een groot aantal vuurbollen
met helder licht, en daarenboven lichte en blinkende wol-
ken vlogen naar alle kanten door den hemel.
Omtrent die sterrenregens nu begon men al spoedig op
te merken, dat zij zich op gezette tijden herhaalden. Zoo
is er een, die elk jaar tusschen 12 en 13 November voorvalt
en om de 33 jaar met meerderen luister. Men noemt dien
den November stroom. Een andere herhaalt zich telkens
op 11 en 12 Augustus en heet daarom de Augustus- of
Laurentius-stroom. Langzamerhand heeft men meer
dergelijko periodiek terugkeerende stroomen van meteoren
opgemerkt; hun getal is nu reeds tot een honderdtal
geklommen.
Een andere merkwaardigheid der sterrenregens is, dat,
als men van ieder der vallende sterren de richting verlengt,
men voor allen in hetzelfde punt des hemels terecht komt
en dat dit punt niet mede doet aan de draaiende beweging
der aarde, maar vast is te midden der sterren.
Dit punt noemt men het uitstralingspunt en is voor
de moeste groote sterrenstroomen bepaald.
Dat dit punt vast ligt onder de sterren, bewijst ons, dat
de meteoren niet in den dampkring der aarde te huis hooren,
maar daarin van buiten af indringen, dat die meteoren dus
ook hemellichamen zijn.
6*