Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
den invloed der aantrekking van het zonnestelsel gekomen,
maar door een gering verschil in beginsnelheid en den stö-
renden invloed der planeten, hoe langer hoe meer van
elkander verwijderd.
De komeet van Biela is bijzonder merkwaardig. Zij heeft
zich nl. bij hare verschijning in 1846 in twee afzonderlijke
deelen verdeeld, die verder tezamen hun pad vervolgden.
Bg een volgende verschijning was zij nog dubbel: alleen was
de afstand tusschen beide deelen vergroot. Een volgende
keer bleef zij geheel onzichtbaar en in 1872 weder, maar
bijna op 't zelfde oogenblik dat zij zich voor ons had moeten
vertoonen en uit hetzelfde punt des hemels, waar zij toen
hadden moeten zijn, den 27 November, vertoonde zich over
zeer vele plaatsen van 't Noordelj'k halfrond een prachtige
sterrenregen, zooals die slechts zelden gezien wordt. Daar-
enboven werd de komeet iets later , 2 en 3 December, in 't
Zuidelijk halfrond, door Pogson te Madras weder opgemerkt.
Hieruit leide men af dat zij geheel of gedeeltelijk door de
aarde is heengegaan en dat aldus zonder andere buitengewone
voorvallen dan een prachtigen sterrenregen, geschied is, wat
men vroeger wel eens vreesde, nl. dat een komeet de aarde
zou treffen.
Of nu werkelijk de komeet van Biela onze aarde is ge-
passeerd of dat het slechts een zwerm van meteoren was,
die, in de onmiddellijke nabijheid der komeet, haar volgde op
haar pad, dat laat zich nog niet beslissen. Voorloopig is
het ons genoeg aangetoond te hebben, dat er verband moet
bestaan tusschen de zeer geheimzinnige vallende sterren
of meteoren en de kometen. Dit verband was reeds
door Adams en Leverrier vóór het gebeurde met de
komeet van Biela ondersteld en aangewezen; hun hypothese
wordt hierdoor schitterend bevestigd.
§ 28. Meteoorsteenen. Het verschieten der sterren is van
ouds af opgemerkt en evenzoo de verschijning van grootere
vuurbollen of boliden, die zich langzamer bewegen en
soms met groot geraas nederploffen op den grond.
De Chinezen rekenen de verslagen van dergelijke ver-
schijnselen af van 't jaar 687 v. Chr. Onder de vuurbol-
len is zeer bekend, die van Aegos Potamos, die zoo
groot was als twee molensteenen (465 v. Chr.).
Op sommige tijden werden een verbazend getal vallende