Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
liet brandpunt, P de top aanwijst. Volgde de komeet
deze lijn geheel en al, dan zóu zij, na eens in de nabijheid
der zon geweest zijn, zich daarvan hoe langer hoe meer
verwijderen, en zich in de oneindige ruimte ver-
liezen.
Werkelijk schijnen eenige kometen een zoodanige para-
bool te doorloopen, daar zij eens waargenomen en niet
meer teruggevonden zijn.
De parabool is de grensvorm waartoe een ellips nadert,
indien de excentriciteit hoe langer hoe grooter wordt, even
als een rechte lijn een cirkel met oneindige straal kan ge-
noemd worden. De beweging van een of meer kometen langs
een parabool strijdt dus volstrekt niet met de wetten vau
Newton. Daar verder een parabool door één gegeven, nl.
de lijn PF, geheel bepaald wordt, en de ellips door twee,
stellen de astronomen voor een zeer langwerpigen loopbaan
bij een eerste benadering liever een parabool dan een ellips;
de berekening wordt dan veel eenvoudiger.
Van eenige kometen is de baan volkomen bekend, o. a.:
Van de komeet van Halley, die in 76 jaar een kring
doorloopt, welke 17^° op de ecliptica helt en zich tot buiten
de baan van Neptunus uitstrekt.
Van de komeet van Bncke, die een omloopstijd van
3,3 jaar heeft en wier baan binnen die van Jupiter beslo-
ten blijft.
Van de komeet vau Biela met een omloopstijd van
jaar en een loopbaan, die in hare verste punten eenigszins
buiten die van Jupiter uitsteekt.
Van de komeet vanFaye met een weinig excentrische
lbopbaan en een omloopstijd van jaar.
Een belangrijke opmerking is omtrent sommige kometen
door Hoek gemaakt. Deze Nederlandsche sterrekundige
berekende de plaats van de punten des hemels, waaruit
sommige kometen bij haar verschijning naar ons toekwamen
en bevond, dat dit punt voor enkelen hetzelfde was. Aldus heeft
hij 80 kometen tot 7 groepen kunnen terugbrengen, zoodat
allen, die tot een zelfden groep behooren, uit 't zelfde
punt des hemels tot ons naderen. Dat dit verband niet toe-
vallig, is bewijst de geringe kans voor zulk een toeval.
Men kan zulk een stelsel van kometen beschouwen als
lichamen, van buiten het zonnestelsel in dat vaste punt onder
6