Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ti
uit de aarde de planeet op een zeker oogenblik zal waarne-
men, welke richting volgens pag. 26, door astronomische lengte
on breedte of wel door rechte-klimming en declinatie wordt
aangewezen. Met andere woorden: uit de elementen is het
mogelijk voor oen willekeurig oogenblik de rechte-klimming
en declinatie der planeet te berekenen, zoodat zij alsdan
met een. equatoriaal opgezocht kan worden. Volgens § 10
kan men verder voor een bepaalde plaats der aarde en voor
oen willekeurig oogenblik de hoogte en het azimuth be-
palen en alsdan ook de theodoliet op de planeet richten.
Wanneer men door deze beschouwing heeft ingezien dat door
de elementen don toekomstigen stand der planeten aan den
hemel voor een willekeurig oogenblik kan berekend worden,
dan zal het ook niet moeielijk vallen te begrijpen, dat men
uit eenige waarnemingen van hoogte en azimuth of van
rechte-klimming en declinatie, op bepaalde tijden venicht,
omgekeerd tot de elementen kan opklimmen.
De astronomie leert dat daarvoor drie waarnemingen vol-
doende zijn.
26. Wetten ran Newton. Men kan de vraag stellen: hoe
komt het dat alle planeten zich om de zon bewegen op de
wijze, door de wetten van Kepler aangewezen ? Er is echter
het genie van Newton voor noodig geweest om een ant-
woord op de vraag te vinden.
Dat dat antwoord allei-belangrijkst zou zijn , was vooraf
te verwachten, maar toch heeft de uitkomst de verwach-
ting nog overtroffen, want toen Newton de gestelde vraag
had opgelost, wiis hij ook tot de ontdekking gekomen van
de algemeene wet, welke de beweging van alle hemel-
lichamen beheerscht en tegelijk de oorzaak is van de zwaar-
tekracht nl. van de algemeene gra vitatie-wet, welke
op de volgende wijze kan uitgedrukt worden:
1°. Alle moleculen van alle lichamen trek-
ken elkander aan met een kracht, die
onafhankelijk is van den aard der lichamen,
2°. omgekeèrd evenredig met de vierkanten
der afstanden,
3°. evenredig met de massa.
Noemen wij dus de massa van 'teene molecuul m en die
van de andere m! terwijl hun afstand r bedraagt, dan is,
zoo / voorstelt de kracht waarmede twee m a s s a - e e n h e-