Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
niet de lijn der knoopen maakt; men noemt dit de lengte
van hetperihelinm. Hoe de h e 11 i n g wordt uitgedrukt
is van zelve duidelyk, terwijl de ligging van de knoopenlijn
in de ecliptica 't natuurlijkst wordt aangewezen door de
astronomische lengte van den klimmenden knoop, m.
a. w. door den hoek, die de knoopenlijn met die der nacht-
eveningen maakt, waarop de punten Aries en Wega zijn
gelegen.
Drie grootheden bepalen dus de ligging der baan in de
ruimte nl.:
1° de lengte van den klimmenden knoop
2° de helling der baan
3° de lengte van het perihelium.
Vervolgens moet de juiste vorm der ellips nog aangegeven
worden en dit kan geschieden op twee wijzen, nl. door de
grootte der beide assen of wel, betgeen meer gebruikelijk
is, door
4° de lengte van de groote as (die der aardbaan als eenheid)
5° de excentriciteit.
Ten einde ten slotte nog met behulp der wetten van
Kepler de plaats te kunnen aanwijzen, die op zeker oogen•
blik (Ie planeet in de aldus bepaalde baan inneemt, moet
het tijdstip bekend zijn, waarop zij door een bepaald punt er
van gaat; men kiest daar voor gewoonlijk het tijdstip waar
op zij het perihelium passeert, uitgedrukt in middelbaren tijd,
en noemt dit
6. de Epoche.
Door deze zes elementen is de plaats van de planeet in
(}e ruimte op ieder oogenblik volkomen bekend.
Daar toch de ecliptica een vast vlak is en de lijn der
nachteveningen, die de middelpunten der aarde in de lente- en
herfststanden vereenigt, in dat vlak een vaste ligging heeft, kan
slechts één vlak aan de eerste twee elementen, zooals
men die noemt, voldoen; ten tweede zullen de elementen 3,
4 en 5 de ligging en gedaante van de ellips-vormige loopbaan
in dat vlak ondubbelzinnig aanwijzen en eindelijk zal uit de
wetten van Kepler de plaats van de planeet volkomen bere-
kend kunnen worden, met behulp van het zesde element.
Is aldus de plaats der planeet in de ruimte volkomen
bepaald, dan kan men, daar de beweging der aarde eveneens
nauwkeurig bekend is, de richting berekenen, waarin men