Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
Venus alsdan zich juist zoo moeten schijnen te bewegen als
boven beschreven is.
Mercurius en Venus zijn dus dichter bij de zon dan de
aarde en wel daar Mercurius de kleinste digressie heeft,
Mercurius het dichtst. Men noemt ze binnenplaneten.
De overige planeten Mars, Jupiter enz., benevens de te-
lescopische, doorloopen schijnbaar den geheelen hemel en zijn
bij iederen omgang ééns in oppositie met de zon. Dit be-
wijst dat zij buitenplaneten zijn, die met geringere
snelheid grootere banen dan de aarde doorloopen. Want als-
dan zullen zij zich voor ons aan den hemel verplaatsen op
dezelfde wijze alsof de planeet stil stond en de aarde met
^t verschil der snelheden in haar baan rondliep. Het komt
dan hierop neer alsof wij, iu een carrousel zittende, naar
iemand keken die daarbuiten het schouwspel stond op te ne-
men; met dit verschil alweer dat voor en achter de
a s minder goed te onderscheiden is, dat op onze eigene be-
weging niet wordt gelet, maar die geheel op de planeet en
en op de as (de zon) wordt overgebracht. Terwijl dan
volgens fig. 28 de planeet P bij iederen omgang der aarde

yy ' \
\\ 1

Aa / /