Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
Saturnus. In de middeneeuwen speelden zg een grooten
rol, <5aar uit hun stand de astrologen des menschen toe-
komst voorspelden. Het planetentrekken is zelfs nu nog
niet geheel uit de smaak.
De schijnbare beweging der planeten laat zich evenmin
als die der maan uit de beide bewegingen der aarde ver-
klaren Zelfs door voor haar een eigene beweging om
de aarde, zooals onze satelliet heeft, aan te nemen,
kunnen wij nog niet gereed komen met al de samengestelde
verschijnselen die zij ons aanbieden. Toen men de aarde nog
algemeen als het middelpunt van 't heelal beschouwde, in de
tijden vau Ptolemeus, moest men echter noodzakelijk
tot een dergelijke beweging der dwaalsterren besluiten , maar
dan moesten ook hunne banen van zoo onregelmatige gedaante
aangenomen worden, dat het moeielijk was, er eene voorstel-
ling van te maken Eerst Copernicus kwam op het
denkbeeld, dat de planeten wel een ander middelpunt van
beweging konden hebben, en bewees dat hare schijnbare
beweging veel eenvoudiger verklaring vond, indien men ze
slechts om de zon liet wentelen
Deze voorstelling werd ook door Tycho Brahe, den be-
roemden observator , aangenomen, maar deze had altijd nog
de meening dat de aarde stil stond en hij liet dus de planeten
om de zon en deze weder met haar om de aarde wentelen.
Merkwaardig is het hoe aldus de meeste bijzonderheden der
schijnbare beweging verklaard werden.
Eerst K e p 1 e r verdedigde met vrucht de hypothese , dat
de zon stil stond en dat de aarde met al de planeten ge-
zamenlijk om haar heen liepen, ieder in haar eigen baan met
haar eigen snelheid.
Uit de talrijke waarnemingen van Tycho leidde hij met
bewonderingswaardige scherpzinnigheid de wetten af, die
zijn naam dragen en waarvan de eerste is:
Alle planeten bewegen zich in ellipsen, waar-
va n do zon een der brandpunten inneemt.
Daar nu § 20 gebleken is, dat ook de aarde een der-
gelijke beweging om de zon heeft, volgt hieruit, dat de aarde
zelve tot de planeten gerekend moet worden.
Later zijn nog door Herschell de planeet Uranus en
door Adams en Leverrier Neptunus-ontdekt, terwijl
er daarenboven nog een massa kleine voor 't bloote oog