Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
Het aantal dagen, dat er op een zeker oogenblik verloopen is,
sints de laatste nieuwe maan, noemt men den ouderdom der
maan.
De ouderdom der maan op den eersten Januari van eenig
jaar noemt men de Epacta.
Met behulp daarvan kan men bepalen op welken dag het
Paaschfecst invalt, daar dit altijd is op den eersten zondag,
die volgt op de eerste volle maan na 21 Maart.
De epacta wordt daarom in de almanakken geregeld op-
gegeven.
Het tijdvak van 19 jaar, binnen welke ieder punt van
de maanbaan op zijn beurt in de lijn der knoopen is ge-
weest , draagt de naam van maancirkel of maancyclus.
Evenals men daarmede de verduisteringen kan voorspellen,
kan men er natuurlijk ook de tijdstippen van volle of
nieuwe maan mede bepalen. Het aantal jaren nu, dat in
een gegeven jaar verloopen is, sints het voor de laatste keer
op den 1» Januari nieuwe maan was, wordt voorgesteld door
een getal, dat men het guldengetal genoemd heeft.
Guldengetal en epacta staan dus met elkander in verband.
Ook het guldengetal vindt men gewoonlijk in den almanak en
daarenboven nog een letter, die men de zondagsl ett er noemt.
Men geeft nl., van 1 Januari af gerekend, iederen dag
een letter, nl. 1 Januari A, 2 Jan. B enz. tot 7 toe,
waarna men weder van voren af begint. De letter nu, die
aldus op Zondag valt, noemt men de Zondagsletter van dat
jaar. Schrikkeljaren hebben 2 Zondagsletters, de eene
tellende tot 24 Februari, de andere daarna.
Kent men van eenig jaar deze letter, dan is het ge-
makkelijk , daaruit af te leiden welken dag der week het
op een gegeven datum was.
§ 24. Verklaring der schijnbare beweging van planeten.
Van de planeten is de schijnbare beweging het meest
onregelmatig. Ik heb gemeld dat deze dwaalsterren nu
eens schijnen voort te gaan, met meer of minder snel-
heid, dan weder voor een poos eenzelfden punt des hemels
innemen en daarna weder zich bewegen in tegengestelde
richting als vroeger. Deze onregelmatige loop van de
planeten heeft reeds vroeg de aandacht getrokken en
hen van de andere sterren doen onderscheiden. Zoo kenden
de ouden er vgf nl. Mercurius, Venus, Mars , Jupiter en