Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
Dit laatste bli]kt echter niet het geval te zijn, zooals reeds
den Ouden bekend was. Deze hadden ontdekt, dat eerst
na 19 jaren de verduisteringen weder op denzelfden tijd
terug keeren. Hieruit volgt, dat ook de lijn der knoopen
telkens in andere punten de maanbaan doorsnijdt, dat die
snypunten, de knoopen, in 19 jaar eens rondgaan. Verder
is het duidelijk dat, zoo men gedurende 19 jaar al de ver-
duisteringen heeft opgeteekend, men dan in staat is al de vol-
gende te voorspellen.
Op die wijze profeteerde waarschijnlgk T h a 1 e s de groote
verduistering van 't jaar 603 v. Clir., die een einde maakte
aan den oorlog tusschen de Meden en Perzen.
Zie verder voor de maansverduistering fig. 26 en voor
die der zon fig. 27.
§ 23. Omloopstijd der maan, epacta enz. De maan door-
loopt haar schijnbare loopbaan in 27 dagen middelbaren tijd
en wel in tegengestelde richting als de dagelijksche bewe-
ging d. w. z. dat zij aan den hemel, behalve de, dagelijksche
beweging van 't O. n. 't W., er nog een heeft van het westen
naar 't Oosten, zoodat zij in 27 dagen weder tot dezelfde
ster is teruggekeerd. Men noemt deze omloopstijd daarom
de siderische. Dit is echter niet de tijd waarin de
maan een geheele omwenteling om de aarde heeft gedaan.
De aarde toch is zelf ook vooruitgegaan op haar baan om
de zon; daardoor zien wij de sterren wel niet in een an-
deren stand, omdat die zoo verbazend ver weg zijn, maar
de maan, die zooveel dichter bij is, moet, in 't zelfde punt
harer loopbaan teruggekeerd, wel degelijk in een andere
richting zich vertoonen, derhalve met een andere ster
overeenkomen. Dit geschiedt om dezelfde reden als waarom
men, in een trein zittende , de sloten die men passeert, ziet
draaien om hun verste punt als middelpunt. De verste
punten verplaatsen zich ten opzichte van ons oog niet
merkbaar, maar de dichter bij gelegene wel.
De werkelgke omloopstijd der maan, die, waarna zij
denzelfden stand ten opzichte der zon verkrijgt, dus ook die
tgd, welke verloopt tusschen twee volle manen, is daarom
niet 27 maar 29^ dagen, meer precies
29 d. 12 u. 44 m. 3 s. middelb tijd.
Dit is bekend onder de naam van tropische omwente-
lingstijd, en is ook de juiste duur van een maand.