Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
Fig. 27.
der ballon. Alsdan zon men, van die vlek naar de lamp
ziende, slechts een ring van licht opmerken. Brengen
wi) dit nu over op de zonsverduisteringen, dan blijkt het
dat bij kleinen afstand van maan en aarde een totale-
verduistering moet plaats hebben over een bepaalde uitge-
strektheid der aarde (de zwartevlek), bij grooteren afstand
een totale verduistering op een enkel punt slechts
(door het draaien der aarde wordt dit een stuk van een paral-
lelcirkel) , en bij nog groo-
teren afstand een ring-
vormige verduistering
weder over een grootert>
uitgestrektheid (de minder
zwarte vlek.)
Voor de punten der
aarde, die, door de dage-
lijksche beweging in do
nabijheid komen van de
totale of ringvormige
verduistering, die dus in
de zoogenaamde bijschaduw
liggen , zal ook een gedeelte
der zonnestralen onder-
schep! worden; daar heeft
men een partieele ver-
duistering.
Een partieele verduis-
tering zal verder ook plaats
hebben, zoo de nieuwe
maan niet precies in een
der knoopen is. Dan is zij
nergens totaal. Eveneens
is het met maaneclip-
sen partieele.
Zoo de knoopenlyn vau
de maanbaan altijd denzell-
don betrekkelgken stand
ten opzichte dier baan be-
hield, dan zouden de ver-
duisteringen telkens weder
op
denzelfden tijd moeten intreden.