Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
dus de aarde tusschen zon en maan in. Zien wij
juist de onverlichte helft dan moet de zon aan den anderen
kant der .maan zijn dan wij:bij nieuwe maanstaatde
maan tusschen zon en aarde in. Snijden de ge-
noemde helften elkander rechthoekig, dan moeten ook de
richtingen, waarin wij de maan en de zon zien, elkander
rechthoekig snijden, dus de kwartieren voorkomen in de
twee punten van de loopbaan, die juist tusschen die van
volle- en nieuwe maan inliggen.
§ 22. Terduisteringen. Daar de groote cirkel, dien de
maan schijnbaar doorloopt, een hoek van 5° met de ecliptica
maakt, zal de loopbaan der maan ook een hoek van 5° met
de aardbaan vormen. Was dit niet zoo, dan zou bij volle
maan de aarde juist op een rechte lijn tusschen zon en maan
gelegen zijn, en dan het licht onderscheppen, dat anders
op de maan zou vallen. In plaats van als volle maan
verlicht, zou zij dan duister zijn. Bij nieuwe maan zou
verder de maan beletten, dat Vv'ij de zon zagen.
Maar nu werkelijk beide banen een hoek van 5° vormen,
liggen zon, maan en aarde in den regel niet op een rechte
lijn: bij volle maan kan dan het licht der zon langs de
aarde heen de maan beschijnen: bij nieuwe maan, langs
haar heen, de aarde verlichten. Alleen dan, wanneer bij
volle maan, deze wachter juist in de lijn der knoopen is,
d. i. in die lijn volgens welke beide vlakken zich snijden,
dan zal voorkomen wat wij zooeven vermeldden, en er zal
maansverduistering plaatsgrijpen. Isde nieuwe maan
in de lijn der knoopen, dan zullen wij voor een poos de
zon niet of slechts voor een gedeelte kunnen zien: het is
zonsverduistering.
Dit nu zien wij van tijd tot tijd gebeuren, zoodat de
verschijnselen juist in overeenstemming zijn met de voor-
stelling die wij ons van de maan gemaakt hebben, nl. als
van een donkere bol, die om de donkere aarde draait in
een vlakte, die 5° op de aardbaan helt. Het tijdstip eener
zonsverduistering of maansverduistering kan ons de decli-
natie en rechte-klimming der zon, dus het punt des hemels ,
dat zij dan inneemt, doen vinden, en daaruit wordt verder
den stand van de knoopenlijn der maanbaan gemakkelijk af-
geleid. Is deze eenmaal bekend, en zoo ook de tijd, waarin
de maan ééne omwenteling volbrengt, dan kan men verder