Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
maan nn eens als een vollen, dan weder als een halven
cirkel, dan weder als een sikkel, en voortdurend gaat
zij door al die pbasen heen, volkomen op dezelfde wijze,
nl. nieuwe maan, eerste kwartier, volle maan,
laatste kwartier.
gg Deze phasen nu
zyn noodzakelyk,
indien de maan
haar licht van de
zon ontvangt.
Dan toch is al-
tijd slechts- eene
helft der maan
verlicht, en wel'
die welke naar de
zon is toegekeerd.
Wij daarentegen
zien alleen de
helft, die naar
de aarde is toe-
gekeerd. Is nn
de helft die wij
zien, ook die welke
verlicht is , dan
moet het volle
maan zijn. Zien
wij de onver-
nieuwe of donkere

lichte helft
dan is het natiiurlijk
maan, terwijl het een der kwartieren is, zoo de helft,
die wij zien, de helft, die verlicht is, juist rechthoekig door
midden snijdt. Dan is immers van 't geen wij van de
maan zien, de helft verlicht, en de helft donker. Wanneer
het eerste kwartier is en wanneer laatste, dit hangt geheel
af van den loop der maan, daar altijd eerste kwartier
volgen moet op nieuwe of donkere maan. Er blijft nog maar
te onderzoeken, wanneer de beide genoemde helften de stan-
den hebben, die voor de verschillende phasen zijn opgege-
ven. Zie fig. 25.
Wil de verlichte helft juist diegene zijn , welke wij zien,
dan moet de zon de maan beschijnen van dezelfde kant
als waar de aarde zich bevindt: bij volle maan staat